• Kyana Bozorg Zadeh

Deel II: Youtube en aansprakelijkheid door derden

In mijn vorige blog ben ik ingegaan op de eventuele plicht van YouTube om inbreukmakende content offline te halen en de (actieve) rol van YouTube als hostingdienst. Uitsluitsel over deze elementen is gevraagd aan de hoogste Europese rechter en de zaak ligt momenteel bij het Hof van Justitie (HvJ). Het HvJ moet zich daarnaast ook buigen over de vraag of een online hostingdienst, zoals YouTube, uiteindelijk aansprakelijk is te stellen voor inbreuken van derden op het platform. Als deze vraag bevestigend wordt beantwoord, kan dat grote gevolgen hebben voor zowel online hosting platforms als voor auteursrechthebbenden.


Wat is het probleem precies? Eigenlijk klinkt het niet heel gek. Stel jij bent een TV-exploitant, zoals Puls4TV in casu, en jouw zelfgemaakte video’s die op YouTube staan worden door een andere gebruiker zonder jouw toestemming via zijn eigen kanaal (of kanalen) geüpload. Dit mag natuurlijk niet, omdat dit een inbreuk is op jouw auteursrecht. Op zich spoort YouTube vanzelf inbreuken op, bijvoorbeeld bij het gebruik van muziek. Maar met 1,3 miljoen uploads per minuut en 300 uur videomateriaal per uur is het ook begrijpelijk dat YouTube niet altijd iedere auteursrechtinbreuk kan opsporen. Gelukkig is daar een tool voor bedacht, waar je zelf kunt claimen het auteursrecht te hebben op content (je moet dat natuurlijk wel aantonen). Vervolgens is YouTube dan is staat om de upload van die inbreukmaker offline te halen.


Waarom zou YouTube schadeplichtig zijn? In principe zijn de video’s van deze inbreukmaker uiteindelijk door YouTube offline gehaald. Waarom doet Puls4TV dan zo moeilijk, zou je denken? Wat je echter niet kan voorkomen is dat de video via kanalen van andere gebruikers weer op het internet terecht komt, en ga zomaar door. Puls4TV is in deze zaak dan ook van mening dat YouTube aansprakelijk moet worden gesteld voor herhaalde inbreuken door gebruikers van het platform. Dat betekent dat YouTube ook schadevergoeding zou moeten betalen aan Puls4TV, die immers schade zou lijden vanwege het onrechtmatige gebruik van hun content. Voor de liefhebbers: er loopt een soortgelijke vraag tussen een muziekproducent en YouTube (waarvan de hoorzitting binnenkort is).


In onderhavige casus verschuilt YouTube zich achter de uitzondering dat “tussenpersonen” worden uitgesloten van aansprakelijkheid voor inbreuken. De vraag is of dat wel terecht is.


Hoe zit het met die stakingsvordering en de uitsluiting van aansprakelijkheid? Een van de juridische vragen die is gesteld door de Oostenrijkse rechter aan de Europese rechter betreft het opleggen van een stakingsvordering. Het Europese recht voorziet in de mogelijkheid om de staking van een inbreuk te eisen. Dit geldt alleen als YouTube wordt gezien als “onbewust handelende medeplichtige”. Indien de rol van YouTube “actief” is geweest om die inbreuk te faciliteren, kan een stakingsbevel worden opgelegd door een rechter. In dat geval kan op basis van de wet een tussenpersoon in principe geen beroep doen op die uitsluiting van aansprakelijkheid. Wat deze “actieve” rol precies inhoudt blijft een punt van discussie, omdat er verschillende Europese wetten zijn die verschillende regelingen voorschrijven inzake rechterlijke bevelen tot staking ten aanzien van tussenpersonen.


Het grootste punt van discussie is wanneer die uitsluiting van aansprakelijkheid precies geldt. Is dat bij een concrete onwettige activiteit of onjuiste informatieverstrekking? Moet de hosting dienstverlener zich enkel in het algemeen realiseren dat zijn diensten voor bepaalde onwettige activiteiten worden gebruikt? Of is een uitdrukkelijk besef van inbreuk vereist? Mijns inziens kan het juridisch gezien wel zo zijn dat YouTube zich moet houden aan de regels. Offline gehaalde content moet dus offline blijven. Maar of dit technisch gezien haalbaar is om dan “compliant” te blijven, dus te blijven voldoen aan die eis dat onrechtmatige content offline blijft, dat is mij een raadsel.


Een ander punt van discussie is wat voor soort aansprakelijkheid van toepassing is, als YouTube zich niet kan verschuilen achter de “tussenpersoon” uitzondering. De ene Europese richtlijn voorziet namelijk in een bestuursrechtelijke aansprakelijkheid, de andere heeft alleen betrekking op de strafrechtelijke aansprakelijkheid of enkel op aansprakelijkheid met als gevolg een schadevergoedingsplicht. Omdat vanuit de Oostenrijkse wet in het geval van een rechterlijk stakingsbevel geen beroep kan worden gedaan op die uitsluiting van aansprakelijkheid, wil de Oostenrijkse rechter weten of dit op Europees niveau ook komt te gelden. Vandaar niet gek dat deze vragen zijn gesteld aan het HvJ.


De uitkomst van zaak C-500/19 (Puls4TV tegen YouTube) Het HvJ zal pas het komende jaar toekomen aan beantwoording van de prejudiciële vragen. Een baanbrekende uitspraak zal het worden, vooral wanneer YouTube daadwerkelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor inbreuken door derden en schadeplichtig zou zijn. We zullen het nog even moeten afwachten.