• Kyana Bozorg Zadeh

DJ Martin Garrix versus Spinnin’ Records en MAS

De Nederlandse deejay Martijn Garritsen, bekend geworden onder de naam Martin Garrix, meende medio 2015 dat hij zijn contracten met Spinnin’ Records en MusicAllstar Management (MAS) in 2012 en 2013 onder valse voorwaarden had gesloten. Zowel het platenlabel als het management bleken van dezelfde partij afkomstig te zijn. Eerder in 2017 heeft de rechtbank daarover geoordeeld dat Spinnin’ op ongeoorloofde wijze dubbele petten op zou hebben gehad.

De rechtbank gaf Garrix gelijk en vernietigde zowel de productiecontracten (voor het produceren van de muziek) als de managementovereenkomsten (voor het zorgen van optredens e.d.) wegens “dwaling”. In een recente uitspraak in hoger beroep bleek het hof het niet eens te zijn met deze uitspraak van de rechtbank. Het gerechtshof stelde dat er van bedrog en misbruik van omstandigheden door Spinnin’ helemaal geen sprake was. In deze blog lees je meer over deze interessante kwestie.


Contracten in de muziekindustrie

Garrix vóór zijn grote succes

De overeenkomsten waarmee de meeste artiesten of producers/DJ’s te maken krijgen zijn managementovereenkomsten, boekingscontracten, muziekuitgavecontracten en platencontracten. Garrix sloot deze contracten toen hij nog geen wereldberoemde deejay was en nog minderjarig. Zijn vader vertegenwoordigde hem destijds.

De contracten waren aangegaan voor de duur van 2 jaar en deze konden in eerste instantie verlengd worden onder dezelfde voorwaarden. In de tussentijd werd Garrix echter een wereldster met zijn hit “Animals”, waardoor de productie- en managementovereenkomsten contractueel gezien niet onder precies dezelfde voorwaarden verlengd kunnen worden. Dit gebeurde echter wel, vandaar stapte de deejay naar de rechter, waarna zijn wederpartij in hoger beroep ging.


Garrix ná zijn grote succes

Tijdens de contractbesprekingen om de overeenkomsten te verlengen kwam de belangenverstrengeling aan het licht bij Garrix (of zijn vertegenwoordigers). Er ontstond twijfel over de wijze waarop de contracten in 2012 en 2013 tot stand waren gekomen, vooral nu bleek dat het management in principe stevig met zichzelf moest gaan onderhandelen over de nieuwe voorwaarden om Garrix te vertegenwoordigen als artiest. Het label en het management opereerden namelijk onder dezelfde paraplu, terwijl dit normaliter verschillende partijen zijn.

De vader van Garrix had in de beginfase van het succes van zijn zoon wel juridisch advies ingewonnen bij verschillende juristen en advocaten. Uit een van deze adviezen bleek al dat Garrix in die fase van zijn carrière nog helemaal geen managementcontract hoefde te tekenen (dit was ook aangevoerd bij de rechter als argument). Daarnaast was het productiecontract onterecht, waarin Garrix alle rechten zou overdragen op de muziekwerken die hij volledig zelf tot stand bracht. Een vraag in beroep en daarna ook bij het hof was wie de rechten zou hebben op de opnames van de muziek die Garrix heeft gemaakt, de zogenaamde naburige rechten op een “fonogram”. Diegene wordt dan als fonogrammenproducent aangemerkt.


Belangrijkste punten in hoger beroep

Garrix is fonogrammenproducent

Op dit laatste punt is de deejay niet alleen bij de rechtbank, maar ook bij het hof in het gelijk gesteld.. Garrix wordt aangemerkt als fonogrammenproducent in de zin van de Wet op de naburige rechten en niet Spinnin’, aangezien hij al zijn muziek zelf produceerde en aanleverde bij het label. Niet alleen “het dragen van het financiële of economische risico voor het produceren van de muziek” is daarbij van belang volgens de rechter. Ook de “technische, organisatorische of artistieke verantwoordelijkheid” werd volledig gedragen door Garrix. En daarom komen die rechten aan hem toe.

Beëindiging van contracten

Verder zijn de overeenkomsten tussen enerzijds Spinnin’ en Mas, anderzijds Garrix per 30 juli 2015 met terugwerkende kracht beëindigd. Vanwege het grote commerciële succes van de deejay is het onredelijk bezwarend geweest om de contracten onder precies dezelfde voorwaarden (lees: royalty vergoedingen) voort te zetten.


Maar… geen sprake van misleidende omstandigheden

Het punt waarop Garrix ongelijk kreeg bij het hof, in tegenstelling tot bij de rechtbank, is de manier waarop de contracten destijds tot stand waren gekomen. Het hof heeft geoordeeld dat Garrix niet verkeerd is voorgelicht of op het verkeerde been gezet toen hij de contracten aanging. De juridische termen “dwang, dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden” zijn vormen van wilsgebreken op basis waarvan contracten “vernietigd” kunnen worden. Deze juridische dogma’s werden als argument aangevoerd bij het hof door Spinnin’ en MAS. Het gevolg van een vernietiging is dat de overeenkomsten in feite nooit hebben bestaan. In de huidige rechtspraak ligt de lat erg hoog om deze gronden aan te nemen. Ook in deze zaak onderbouwt het hof uitgebreid waarom Garrix zich in dit specifieke geval niet kan beroepen op gronden dat de overeenkomsten op misleidende wijze tot stand waren gekomen.


Last but not least, oordeelt het hof dat Spinnin’ en MAS hun zorgplicht jegens Garrix niet hebben geschonden in de vertegenwoordiging van zijn belangen en niet tekort zijn geschoten in hun verplichtingen richting de deejay. Het gevolg daarvan is dat Garrix nog wel de managementvergoeding moet betalen, waarvan hij de betaling had uitgesteld (dit kan vanwege de lopende rechtszaak).


Tot hier en niet verder?

Beide partijen zijn dus deels in het gelijk gesteld bij de rechter. Opmerkelijk is dat ieder hun eigen kosten draagt, iets wat ongebruikelijk is in intellectuele eigendomszaken. Mijn verwachting is dat geen van beide partijen in cassatie gaat (naar de Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan). Garrix behoudt de rechten op zijn muziek, de oudere overeenkomsten zijn per 2015 met terugwerkende kracht beëindigd en de beschuldigingen van misleiding door het label en management zijn van tafel. Eind goed al goed, wat mij betreft.