• Kyana Bozorg Zadeh

De EU rechter mag uitleg geven: over YouTube en aansprakelijkheid voor inbreuken door gebruikers

Een Oostenrijkse exploitant van een televisiezender wil dat YouTube een actieve rol aanneemt om beschermde content offline te halen - en te houden. Ook al heeft YouTube gebruik gemaakt van haar “notice-and-take-down” systeem, nog steeds is zij volgens Puls4TV aansprakelijk voor de schade die is opgelopen vanwege onrechtmatige openbaarmaking van beschermde content. Het Europese Hof van Justitie (HvJ) heeft de vraag gekregen om te beoordelen of YouTube in dit kader als wettelijke “tussenpersoon” moet worden gezien en of de lidstaten zelf een stakingsbevel kunnen opleggen aan een dergelijk online platform. In dit blog gaat ik in op een aantal elementen van die vragen aan het HvJ.


Achtergrond en belang van de zaak

Het Oostenrijkse Hooggerechtshof heeft om uitleg gevraagd aan de Europese rechter om een oordeel te kunnen geven over de aansprakelijkheid van YouTube bij een inbreuk op het auteursrecht door een gebruiker van het platform.[1] De inhoud van de vragen aan het HvJ raken in de kern de rol van YouTube als hostingdienst. Ook is gevraagd of lidstaten via een rechterlijk bevel de aansprakelijkheid van een inbreuk op het auteursrecht bij een hosting platform kunnen of zelfs moeten neerleggen. Dit zou betekenen dat YouTube ondanks haar uitzonderingspositie als “tussenpersoon” alsnog al die inbreukmakende informatie moet verwijderen of ontoegankelijk moet maken.


De uitspraak hierover kan baanbrekend worden, indien YouTube daadwerkelijk aansprakelijk wordt gesteld voor auteursrechtinbreuken door haar gebruikers. Dit is vooral een interessante ontwikkeling in het licht van de nieuwe Auteursrechtrichtlijn. Zodra die wet van kracht is kunnen online platforms zoals YouTube vanaf 2021 [2] namelijk sowieso wettelijk aansprakelijk worden gesteld voor inhoud dat is geüpload waarvoor de makers van die content geen eerlijke vergoeding hebben gekregen.


Van notice-and-take-down naar notice-and-stay-down?

Terug naar de verwezen zaak bij het HvJ. De Oostenrijkse exploitant, genaamd Puls4TV, rapporteerde dat hun video’s werd geüpload door onbekende gebruikers. Het gaat hier dus om audiovisuele content waarop Puls4TV de (auteurs)rechten bezit. Meteen heeft YouTube deze video’s offline gehaald. Dit heet ook wel het “notice-and-take-down”-systeem. Echter, de eisende partij verzoekt YouTube om te verzekeren dat de onrechtmatig gepubliceerde video’s daadwerkelijk offline blijven. Gebruikers kunnen deze video’s immers via andere kanalen weer online zetten. Een dergelijk “notice-and-stay-down”-systeem bestaat (helaas) niet. De tv-exploitant eist daarom dat YouTube een actieve rol speelt om op te treden tegen blijvende of terugkerende inbreuken. Dit op grond van het beschikbaar stellen van auteursrechtelijk beschermde werken aan het publiek (ook wel “mededeling aan het publiek” genoemd). Daarnaast wordt een schadevergoeding geëist voor die inbreuken.


In principe is het offline houden van alle inbreukmakende content (vooralsnog) technisch onmogelijk. Maar YouTube was wel op de hoogte van deze inbreuken. Op basis van de wet moeten hostingdiensten die kennis hebben van onwettige activiteiten de toegang tot die inbreuk onmogelijk maken, ondanks hun uitzonderingspositie als tussenpersoon. Vandaar vraagt Puls4TV hier eigenlijk aan het HvJ om het mogelijk te maken dat (rechters van) lidstaten dit aan platforms als YouTube kunnen opleggen. Op deze stakingsvordering wordt in mijn volgende blog dieper ingegaan.


De rol van YouTube als hostingdienst

Daarnaast is het de vraag of een online hosting platform als YouTube op een technische en actieve wijze inbreuken faciliteert. Immers, YouTube “monetariseert” video’s (voorziet ze van reclame en verkrijgt daarop inkomsten) en stelt bijvoorbeeld per thema gerangschikte video’s voor. Bij het verrichten van dit soort (neven)activiteiten kan men zich afvragen of YouTube als exploitant van een online videoplatform daadwerkelijk op een neutrale wijze informatie verwerkt en enkel een “host” is.


Uit de uitspraken Google France en L’Oréal blijkt dat inbreukmakende inhoud pas als “niet neutraal verwerkt” wordt aangemerkt wanneer het platform redactionele controle heeft over die inhoud. Wat mij betreft draagt YouTube wel degelijk de verantwoordelijkheid voor wat er op het platform gebeurt, wanneer zij bepaalde content censureert of YouTubers verbiedt inkomsten te genereren. Het lijkt erop dat dit platform veel te zeggen heeft in de online wereld en dat zou aan banden moeten worden gelegd.


Aansprakelijk of niet?

Als YouTube daadwerkelijk een “actieve rol” heeft om inbreuken te faciliteren, dan zou zij als medeplichtige aansprakelijk kunnen zijn voor inbreuken door derden (dus haar gebruikers). Maar er zijn ook beperkingen op die aansprakelijkheid en onduidelijkheden over de handhaving van die rechten. Daarover en meer, in mijn volgende blog.


[1] Het vragen om uitleg bij het Europese Hof van Justitie heet ook wel “prejudicieel verwijzen”. De hoogste rechter in de lidstaat (in casu het Oostenrijkse Hooggerechtshof) kan voor het geven van een oordeel aan het HvJ vragen op welke manier een bepaalde wet geïnterpreteerd moet worden. Daardoor wordt deze nationale rechter ook wel “de verwijzende rechter” genoemd. Dit systeem bestaat er zodat de lidstaten eenzelfde manier van uitleg kunnen geven aan een bepaalde wettekst in de context van hun eigen rechtssysteem. Zie ook art. 267 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

[2] De DSM-richtlijn moet uiterlijk 7 juni 2021 in Nederlands recht zijn omgezet.