• Zeger van Ingen

Auteurs- en persoonlijkheidsrechten op ondertitels

In een eerdere blog is Kyana al ingegaan op de verfilming van “oeuvres préexistantes” en muziekgebruik in filmwerken. Maar hoe zit het eigenlijk met vertalingen en ondertitels van die filmwerken? Omdat in beginsel een vertaling of ondertitel direct gebaseerd is op een filmwerk waarop een auteursrecht rust, gaat het bij het vervaardigen daarvan om een verveelvoudiging van een werk in de zin van artikel 13 Auteurswet. In dat artikel wordt de vertaling ook uitdrukkelijk als voorbeeld genoemd. Omdat verveelvoudiging een exclusief recht van de maker is op grond van artikel 1 Aw, levert het zonder toestemming ondertitelen van een filmwerk dus een auteursrechtinbreuk op. Ondanks het feit dat sprake is van vertaling van een brontekst kan er bij een ondertiteling wel sprake zijn van een nieuw zelfstandig werk waarop een nieuw auteursrecht rust op grond van artikel 10 lid 2 Aw. Wat gebeurt er dan bij een conflict tussen de uitoefening van die twee rechten?


In 2017 stelde Stichting Laat Ondertitels Vrij (SLOV), een belangenorganisatie voor amateurondertitelaars, onder meer dat een ondertiteling een zelfstandig werk kan zijn en dat er in zo'n geval geen toestemming van auteursrechthebbenden van het filmwerk nodig is om die ondertiteling openbaar te maken. Ze deed dat in de zaak Rb Amsterdam, Stichting Laat Ondertitels Vrij / Brein. De rechter stelde SLOV in het ongelijk: Het nieuwe auteursrecht staat er niet aan in de weg dat ook voor de vervaardiging en openbaarmaking van ondertitels toestemming van de auteursrechthebbende op het oorspronkelijke werk nodig is.


In de professionele ondertitelbranche weet men allang dat het vervaardigen van ondertitels zonder toestemming inbreukmakend is. Het uitoefenen van verveelvoudigingsrechten wordt doorgaans dan ook netjes geregeld in exploitatieovereenkomsten. Ook het feit dat ondertitels als zelfstandige werken beschermd zijn, is duidelijk zichtbaar: tussen mediabedrijven en ondertitelbedrijven wordt druk gehandeld in de auteursrechten op die ondertitels. Is daarmee de kous dan af? Niet helemaal. Het wringt namelijk weleens een beetje op het gebied van de persoonlijkheidsrechten van artikel 25 Aw.


Op grond van lid 1 van dat artikel heeft de maker van een werk zelfs na overdracht van zijn auteursrecht bijvoorbeeld het recht op naamsvermelding. Van dat recht en het recht op verzet tegen wijziging kan weliswaar afstand worden gedaan, maar in de praktijk komt dat weinig voor. Het resultaat is dagelijks op tv te zien. Iedereen die tv kijkt, heeft ongetwijfeld weleens een credit voor een ondertiteling in beeld zien staan. Soms gaat het alleen om een naamsvermelding van de vertaler en soms om een vermelding van het ondertitelbedrijf dat de ondertiteling levert. Beide naamsvermeldingen zijn overigens beschermd door de persoonlijkheidsrechten. Ondertitelbedrijven respecteren doorgaans elkaars naamsvermeldingen, zelfs als ondertitels doorverkocht zijn en worden aangeboden door een ander ondertitelbedrijf dan de maker. Om die reden zijn er nog steeds ondertitels in de omloop die de credit van het failliete Hoek en Sonépouse dragen. En ook “vertaling: NOB” komt nog regelmatig langs, terwijl het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf al in 2002 is opgesplitst.


Het feit dat er vaak geen afstand wordt gedaan van het recht op naamsvermelding brengt een probleem met zich mee. Waar de maker van een ondertitel namelijk geen afstand van kan doen, is het recht op verzet tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid van artikel 25 lid 1 sub d. Het komt regelmatig voor dat een mediabedrijf ondertitels opkoopt die zijn gemaakt door ondertitelbedrijf 1, om vervolgens ondertitelbedrijf 2 te vragen daar wijzigingen in aan te brengen. Niet alleen timing van de ondertitels, maar ook taalgebruik, stijl en opmaak komen daarbij aan bod. Ondertitelbedrijf 2 bevindt zich nu in een spagaat. Als het alle wensen van de klant inwilligt, kan het zijn dat de ondertitels zo veranderen dat kan worden gesproken van misvorming, verminking of aantasting. Omdat de naamsvermelding intact is gelaten, bestaat bovendien het risico dat nadeel wordt toegebracht aan de eer of goede naam van de originaire maker. Die maker kan zich nu verzetten tegen de verminking of aantasting op grond van artikel 25 lid 1 sub d. Het dus het verstandigst om waar mogelijk terughoudend om te gaan met wijzigingen.