• Chandell Stienstra

Picnic gaat vrijuit; lookalike maakt geen inbreuk op portretrecht Verstappen

Het hof Amsterdam heeft onlangs in een zaak korte metten gemaakt met de vergaande reikwijdte van het begrip 'portret' in het auteursrecht. Het ging om de vraag of Picnic, een online supermarkt, inbreuk had gemaakt op het portretrecht van de wereldberoemde F1-coureur Max Verstappen. Verstappen meent dat hiervan sprake is door het gebruik van een lookalike in het reclamefilmpje.


De discussie begon in 2016 door een reclamespotje waarin Verstappen zelf figureerde als boodschappenbezorger van Jumbo. Een dag na de lancering van het spotje deelde Picnic een filmpje op haar Facebook-pagina waarin een lookalike van Verstappen te zien is (met dezelfde outfit). De lookalike rijdt in het filmpje rond met een Picnic bezorgbusje en maakt een pitstop bij het distributiecentrum. Vaststaat dat Jumbo zich niet heeft verzet tegen het filmpje van Picnic, omdat zij de humor ervan inzag. Verstappen (c.q. Mavic, belangenbehartiger) echter, verzocht Picnic om de commercial dezelfde dag nog te verwijderen en €150.000,- aan schadevergoeding te betalen. De volgende dag werd het filmpje van Facebook gehaald, maar deze was reeds op grote schaal verspreid op internet en gepubliceerd op websites van verschillende kranten.

De procedure tot aan het hof

In eerste aanleg kwam de rechtbank tot het oordeel dat sprake was van een inbreuk op het portretrecht van Verstappen en werd de verzochte schadevergoeding toegewezen.[1] Het hof komt echter tot een andere conclusie. Volgens haar heeft Picnic geen inbreuk gemaakt op het portretrecht van Verstappen. Anders dan de rechtbank, overweegt het hof dat het voor de aanschouwer van de reclamefilm duidelijk is dat het niet Verstappen zelf betreft, maar dat het gaat om een persiflage van zijn optreden in de reclamefilm van Jumbo. Verder valt volgens het hof niet in te zien dat het enkele feit dat een bekende persoon verzilverbare populariteit geniet reeds zou meebrengen dat het in een reclamefilmpje nadoen van die persoon - zonder dat verwarring optreedt - als onrechtmatig moet worden bestempeld.[2]


Reikwijdte ‘portret’

Een portret is een herkenbare afbeelding van het gelaat van een persoon met of zonder weergave van verdere lichaamsdelen.[3] In casu wordt echter duidelijk dat de lookalike van Verstappen geen portret is in de zin van artikel 21 Auteurswet. Hiermee brengt het hof een verdere nuancering in de rechtspraak over wanneer karikaturen of afbeeldingen van lookalikes een portret kunnen zijn.[4]


In de zaak tussen Gouden Gids en Yellow Bear werd portretrecht door het gebruik van een lookalike bijvoorbeeld wel aangenomen. Katja Schuurman had destijds geposeerd voor de Gouden Gids. Vervolgens werd een lookalike van haar gebruikt voor de eigen campagne van iLocal/Yellow Bear. De rechtbank vond het geen humoristische advertentie en kende aan de commerciële concurrentiemotieven doorslaggevend gewicht toe. Ook was er duidelijk sprake van verwarringsgevaar.


Het verschil met onderhavig geval is dat het voor de kijker duidelijk is dat het hier niet gaat om Verstappen zelf, maar om een persiflage van zijn optreden voor Jumbo. Er is dus geen sprake van een inbreuk op het portretrecht van Verstappen, maar van een geslaagde parodie: er bestaat geen gevaar voor verwarring en er is duidelijk sprake van humor en het drijven van spot.[5]

Tot slot

Het begrip ‘portret’ lijkt aldus minder te omvatten dan voorheen werd verondersteld. Door het oordeel wordt de reikwijdte van een ‘portret’ beperkt, omdat het duidelijk moet gaan om de persoon zelf en niet om een persiflage van zijn optreden in een reclamespotje. Mij lijkt deze uitspraak niet wenselijk gezien het feit dat de Hoge Raad, vooral bij het Breekijzer-arrest, de reikwijdte van het begrip portret ruimer interpreteert dan het hof nu heeft gedaan. Wellicht zal Verstappen nog een poging wagen bij de Hoge Raad om alsnog zijn gelijk te krijgen. De vraag die dan rijst is of deze uitspraak in cassatie zal standhouden.


[1] Hof Amsterdam 02-06-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1410 (Picnic/Mavic), r.o. 3.2.


[2] Hof Amsterdam 02-06-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1410 (Picnic/Mavic), r.o. 3.4.3.


[3] Zie HR 30-10-1987, ECLI:NL:PHR:1987:AD0034 (Naturistengids); HR 02-05-2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3416 (Breekijzer) - herkenbaarheid kan ook aanwezig zijn bij een afgeblokt gezicht. Over de reikwijdte van het portretrecht is reeds geblogd.


[4] Zie met betrekking tot lookalikes o.a.: Rb Utrecht 24-06-2005, ECLI:NL:RBBRE:2005:AT8316 (Gouden Gids/Yellow Bear) en Rb Amsterdam 22-12-1994, ECLI:NL:RBAMS:1994:AK2163 (Sylvia Millecam; hier was geen sprake van een ‘portret’).


[5] Dit is in lijn met HvJ EU 03-09-2014, ECLI:EU:C:2014:2132 (Deckmyn/Van der Steen).