• Kyana Bozorg Zadeh

It’s on: Facebook gaat strijd aan in misleidende bitcoin advertenties

Op 11 november 2019 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak van John de Mol tegen Facebook over valse bitcoin advertenties die waren geplaatst op het online platform. Er waren advertenties te zien waarin het kopen van bitcoins werden geassocieerd met het portret en de naam van bekende Nederlanders, waaronder de eiser in deze zaak. Het gevolg was dat honderden mensen dachten bitcoins te kopen, maar dit bleek een scam te zijn. Er is in totaal een bedrag van €1,7 miljoen euro aan schade gemeld door gedupeerden. Ook de naam van deze bekende Nederlander was misbruikt, daarom spande hij een zaak aan tegen Facebook. De oorspronkelijke partijen die deze informatie hebben misbruikt waren namelijk niet te traceren. De voorzieningenrechter veroordeelde Facebook tot het nemen van aanvullende maatregelen om nepadvertenties over Bitcoins met naam en portret van de bekende Nederlander van Facebook en Instagram te weren.


Wederom beroep op het zijn van “tussenpersoon”

In een eerder blog is het al eens naar voren gekomen, de uitzondering die online platforms zoals YouTube maar ook Facebook vaak in de strijd gooien. Ook het Nederlandse recht kent een vrijwaringsbepaling voor tussenpersonen, waardoor dit soort platforms in beginsel niet aansprakelijk zijn voor inbreukmakende content die online wordt geplaatst door anderen. Voor het eerst is echter door de Nederlandse rechter beslist dat Facebook zich niet op deze vrijstelling kan beroepen. Een belangrijke reden is dat het verdienmodel van Facebook specifieker is ingericht dan enkel het faciliteren van het plaatsen van content door gebruikers. Zo moet om in aanmerking te komen voor een plaatsing van advertenties, worden voldaan aan de specifieke voorwaarden die in het advertentiebeleid genoemd worden. Daarbij is er een streng controleproces van toepassing. Dit gebeurt weliswaar voornamelijk door een geautomatiseerd proces, maar dat staat er niet aan in de weg dat een beroep op de vrijwaring slaagt, aldus de rechter in kort geding.


Facebook moet meer aanvullende maatregelen treffen

Niet alleen het beroep op de vrijwaringsplicht wordt verworpen, ook staat volgens de rechtbank vast dat er geen algemeen filter verbod wordt opgelegd. Er worden immers specifieke maatregelen gevorderd door de eiser in kwestie. Dit omvat het doorklikken naar de website van de adverteerder die vervolgens in verband wordt gebracht met naam of portret van de eiser en het kopen van Bitcoin of andere cryptovaluta. “Cloaking” is daarbij het codewoord: dat zijn pagina’s die aan zoekmachines een andere inhoud voorschotelen dan die welke bezoekers te zien krijgen. Deze omzeiling technieken zijn volgens Facebook niet te vermijden, terwijl hun richtlijnen hier wel op zijn gericht. Minder heftige discussie is er over het moeten verstrekken van identificerende gegevens. Facebook wordt dan ook opgelegd om gebruiksgegevens en betaalgegevens behorend bij betaal account ID’s te verstrekken aan de eiser.


The game is ongoing...

De uitspraak van de rechtbank heeft hier vooralsnog niet het laatste woord. Facebook gaat in hoger beroep om nadere “juridische” en “technische” vraagstukken beantwoord te krijgen. Hun standpunt is dat fraudeurs nooit zijn te weren, terwijl de uitspraak van de rechter dit wel suggereert. Ik vraag me af of de rechter dan wel een juridisch kader gaat geven over welke (technische) maatregelen afdoende zijn voor online platforms als Facebook. Het zou vreemd zijn als de rechter in hoger beroep ineens zou beslissen dat het platform niet alles hoeft te doen wat in haar vermogen ligt om het opduiken van zulke advertenties te voorkomen. Dat zou zelfs niet te verenigen zijn met het advertentiebeleid en de community richtlijnen van het social media platform zelf. De strijd is nog niet gestreden, we wachten het af.