• Maudy Luhulima

Artikel 13 DSM-richtlijn: het einde van het internet zoals we dat nu kennen?


Inleiding

Op social media worden al maandenlang berichten geplaatst met de hashtag #SaveYourInternet en in een brandbrief gericht aan de voorzitter van het Europees Parlement hebben meer dan zeventig internetpioniers gewaarschuwd dat de nieuwe Europese Auteursrechtrichtlijn (ook wel DSM-richtlijn genoemd) een ernstige bedreiging vormt voor een open internet.


Op 13 februari zijn het Europees Parlement, de Raad van Ministers en de Europese Commissie tot een akkoord gekomen over de definitieve versie van de DSM-richtlijn. De voorgestelde richtlijn moet ervoor zorgen dat rechthebbenden een betere bescherming tegen auteursrechtinbreuk krijgen en moet rechthebbenden tevens een stok achter de deur bieden om een eerlijke compensatie te krijgen voor het gebruik van hun werk. [1]


De richtlijn heeft duidelijk al veel stof doen opwaaien. Artikel 13 is het grootste pijnpunt van deze richtlijn en is met recht controversieel te noemen. Wat houdt dit artikel precies in en waarom is het zo controversieel? Dat wordt in deze bijdrage uitgelegd.


Grote bedrijven profiteren van beschermde werken [2]

Tegenwoordig is een leven zonder internet niet meer voor te stellen. We maken video’s en plaatjes die we uploaden en we liken en sharen informatie op social media en andere platformen. Daar kan soms ook beschermd materiaal bij zitten. Grote bedrijven als Google en Facebook verdienen veel geld met de advertenties bij dit (soms dus beschermde) materiaal. Rechthebbenden menen dan ook - mijns inziens terecht - dat dit soort platformen ten onrechte profiteren van hun creatieve werk.


Een groep van dertigduizend auteursrechthebbenden, bestaande uit muzikanten en tekstschrijvers, waaronder Paul McCartney, hebben het Europees Parlement in een open brief gevraagd in te stemmen met de nieuwe richtlijn.


Directe verantwoordelijkheid voor online content sharing service providers

Artikel 13 gaat inhouden dat online content sharing service providers zoals YouTube en Facebook direct verantwoordelijk worden voor alle content die hun gebruikers uploaden als het gaat om auteursrecht en naburige rechten van rechthebbenden. Dit leidt tot twee mogelijke gevolgen:

De platformen vragen vooraf toestemming aan makers om de gebruikers van de platformen auteursrechtelijke beschermde werken te laten uploaden, (bijvoorbeeld in de vorm van een licentie). Het is de bedoeling dat deze toestemming ook meteen geregeld wordt voor de gebruikers zelf, tenzij het gaat commercieel gebruik van het werk of er veel inkomsten gegenereerd worden met het gebruiken van het werk.


Als er geen licentie is verleend en er vervolgens door gebruikers iets wordt geüpload wat inbreuk maakt op een auteursrecht, dan is het platform direct aansprakelijk, tenzij het platform kan aantonen dat het:

zijn uiterste best heeft gedaan om toestemming te krijgen van de auteursrechthebbende, en zijn uiterste best heeft gedaan ervoor te zorgen dat auteursrechtelijk beschermde werken, waarvoor de rechthebbenden de diensten hebben voorzien van relevante en nodige informatie, niet beschikbaar zijn, en

nadat melding is gedaan van inbreukmakend materiaal, het snel heeft gehandeld om dit van het platform te verwijderen.


Voor de kleine groep diensten die nog niet langer dan drie jaar actief zijn, die een jaaromzet van minder dan €10 miljoen hebben én die per maand minder dan 5 miljoen unieke bezoekers hebben, gelden deze voorwaarden niet. Wanneer gebruikers van deze platformen auteursrechtinbreuk maken met hun uploads, moeten deze diensten nog wel kunnen aantonen dat zij hun uiterste best hebben gedaan om inbreuk te voorkomen. Kunnen zij dit niet, dan zijn zij alsnog direct aansprakelijk.


Online content filter

Omdat het niet haalbaar is om met alle partijen een licentie af te sluiten, zullen platformen als YouTube, Facebook en Instagram een uploadfilter gebruiken om aan artikel 13 te kunnen voldoen. Er wordt namelijk te veel materiaal geüpload om dit steeds door mensen te laten beoordelen.


Tegen deze filters zijn een aantal terechte bezwaren:

  • Censuurmachines. Artikel 13 noemt een aantal uitzonderingen waarbij uploads van auteursrechtelijke werken wel mogen worden beschermd, namelijk wanneer het gaat om een citaat, kritiek of beoordeling, of als het wordt gebruikt als karikatuur, parodie of pastiche. Een filter kan deze uitzonderingen waarschijnlijk niet herkennen. Software werkt namelijk alleen met duidelijke regels en kan niet de benodigde menselijke afweging maken. Het is nog niet duidelijk hoe scherp de filters op social media zullen worden. Platformen willen aansprakelijkheid natuurlijk voorkomen. Filters zullen dan ook eerder te streng zijn dan te soepel. Te strenge filters hebben tot gevolg dat materiaal onterecht als auteursrechtinbreuk zal worden aangemerkt. Wanneer dit gebeurt, komt de vrijheid van meningsuiting in het geding.

  • Creativiteit wordt geblokkeerd. Door deze filter zijn creatievelingen ‘schuldig tot het tegendeel is bewezen’. Wanneer werk dat onder een van de excepties valt onterecht door een filter wordt tegengehouden, moet ervoor gevochten worden om dit werk weer te herstellen.

  • Een filter is duur. Kleine en nieuwe platformen kunnen een dergelijke filter niet betalen. Dit gaat ten koste van de innovatie, omdat alleen grote platformen de benodigde filter kunnen veroorloven.

Wat nu?

Er zijn online allerlei initiatieven te vinden om de voorgestelde Europese Auteursrechtrichtlijn tegen te houden. Zo zijn er al bijna vijf miljoen mensen die de petitie tegen Artikel 13 hebben ondertekend en wordt via Pledge2019 en #SaveYourInternet aangespoord leden van het Europees Parlement over te halen eind deze maand tegen deze richtlijn te stemmen. Tevens hebben Nederland, Luxemburg, Polen, Italië en Finland een gezamenlijke verklaring naar buiten gebracht waarin staat dat deze landen niet achter de definitieve versie van de Europese Auteursrechtrichtlijn staan.


Tussen 25 en 28 maart zal over de definitieve versie worden gestemd in het Europees Parlement. Als de richtlijn hier ook goedgekeurd wordt, dan hebben de lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

Het moge in ieder geval duidelijk zijn dat het internet zoals we het nu kennen een grote verandering zal ondergaan als het Europees Parlement voor stemt!




[1] Modernere Europese regels omtrent het auteursrecht in het digitale tijdperk zijn een van de doelen in het kader van de digitale eengemaakte markt van de EU. De huidige Auteursrechtrichtlijn stamt uit een tijd waarin het internet er al wel was, maar waar het niet een plek voor iedereen was


[2] Voor online auteursrechten zijn op dit moment nog de Auteursrechtrichtlijn van 2001 en de E-commercerichtlijn van 2000 van belang. In de Auteursrechtrichtlijn van 2001 is geprobeerd zeker te stellen dat het auteursrecht en de naburige rechten ook online hun gelding zouden hebben. In de E-commercerichtlijn zijn regels vastgelegd waardoor internetaanbieders en hostingbedrijven niet aansprakelijk zijn voor de informatie die zij opslaan of doorgeven voor anderen. De aansprakelijkheid van social media platformen als YouTube en Facebook is daarnaast beperkt, mits de platformen geen kennis hebben van een specifieke inbreuk. Het is nu nog aan de rechthebbenden van auteursrechten of naburige rechten om inbreukmakend materiaal op te sporen en daarvan melding te maken bij het desbetreffende platform.