• Maudy Luhulima

Vergeet het maar: vergeetrecht Google niet wereldwijd in te roepen

Een leven zonder Google is niet meer weg te denken. Als we naar iets op zoek zijn, als we iets willen vinden: Google weet het. In sommige gevallen zou het echter fijn zijn als Google iets niet zou kunnen vinden. Denk aan wraakporno, internetpesterijen of andere belastende of privacygevoelige informatie die iemand liever achter zich zou laten en niet met Jan en alleman wil delen. Gelukkig is er voor zulk soort gevallen een mogelijke oplossing: het recht op vergetelheid. Dit recht is vastgelegd in artikel 17 van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) en houdt in dat een organisatie je gegevens wist, oftewel: je ‘vergeet’.


Vorige week heeft het Hof van Justitie van de EU (hierna: Hof) weer een belangrijke uitspraak gedaan omtrent het recht op vergetelheid en Google. In deze blog zal ik dit recht in relatie tot de zoekmachine aan de hand van twee belangrijke arresten van het Hof behandelen.


Google Spain/Costeja

In 2014 erkende het Hof van Justitie van de EU (hierna: Hof) het recht op vergetelheid Wanneer iemand een beroep op dit recht wil doen om een zoekresultaat waarin diens naam wordt genoemd op Google te laten verwijderen, kan een verzoek tot wijziging of correctie van een zoekresultaat aan de zoekmachine gericht worden. Zo’n verzoek is alleen niet zo makkelijk gedaan, omdat er naar allerlei documenten en persoonsgegevens wordt gevraagd. Google is verantwoordelijk voor de koppeling naar de gepubliceerde webpagina’s;het is immers de zoekmachine die informatie die leidt tot identificeerbare personen vindt, ordent, vastlegt en bewaart. Google’s activiteiten zijn dan ook aan te merken als een verwerking van persoonsgegevens, aldus het Hof in hetzelfde arrest.


Het vergeetrecht is geen absoluut recht. In dit soort zaken is een belangenafweging tussen een aantal grondrechten nodig, namelijk het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en de vrijheid van meningsuiting en informatie van de internetgebruiker.


Uit het Costeja-arrest is gebleken dat in beginsel de rechten van de betrokkene voorrang hebben op zowel het economische belang van de zoekmachine, als op het belang van het publiek om deze informatie te vinden. Bijzondere redenen, waarbij de rol die de persoon in het openbare leven speelt van belang kan zijn, kunnen hierop echter een uitzondering zijn.


Google/CNIL

Tot de Google/CNIL uitspraak moest Google ervoor zorgen dat de betreffende zoekresultaten niet meer op de EU-versies van Google beschikbaar waren. Op de niet-EU-versies van Google is deze informatie echter nog steeds te vinden. Omdat internet een grensoverschrijdend karakter heeft, vroeg de Franse privacywaakhond Commission nationale de l’informatique et des libertés (CNIL) in 2015 aan Google een aantal zoekresultaten wereldwijd te verwijderen en niet slechts op de EU-versies. Bij weigering zou de zoekmachine een boete van 100.000 euro riskeren. Google weigerde aan dit verzoek te voldoen en stapte naar de Conseil d’État - de Franse Raad van State -, welke zich op zijn beurt weer tot het Hof wende. Vorige week heeft het Hof hierover uitspraak gedaan.


Ernstig ontmoedigen

Gelukkig heeft het Hof beslist dat Google de betreffende zoekresultaten niet wereldwijd hoeft te verwijderen. Veel landen buiten de EU (waar de AVG niet van toepassing is) kennen het recht op vergetelheid namelijk niet of volgen met betrekking tot dit recht een andere benadering. Ook het evenwicht tussen de eerder genoemde grondrechten kan wereldwijd behoorlijk verschillen. Het Hof kan deze landen dan ook niet onderwerpen aan de AVG.


Google moet alleen de zoekresultaten verwijderen voor de lidstaatspecifieke (EU) versies van de zoekmachine. Tevens moet Google maatregelen nemen die voldoende doeltreffend zijn om een effectieve bescherming van de grondrechten van de betrokkene te waarborgen. Deze maatregelen moeten op zijn minst ernstig ontmoedigen dat de gegevens alsnog te vinden zijn door EU-gebruikers als via een versie buiten de EU de naam van de persoon die het vergeetverzoek heeft ingediend, wordt ingetikt. Hoe dit ernstig ontmoedigen in de praktijk ten uitvoer wordt gebracht, is aan Google en dient te worden beoordeeld door de nationale rechter.


Geen verrassing

Een verrassing is deze uitspraak niet. Wel laat het zien dat er wordt geprobeerd een soort middenweg te vinden tussen de privacybelangen van de betrokkene enerzijds en de vrijheid van meningsuiting en informatie van de internetgebruiker anderzijds. Daarbij is de territoriale reikwijdte iets uitgebreid nu de op zijn minst ernstig ontmoedigende maatregelen erbij zijn gekomen.

Indien het Hof Google in het ongelijk zou hebben gesteld, zou dit ingrijpende gevolgen kunnen hebben gehad voor de rol van zoekmachines bij het recht op vergetelheid. Het wereldwijd verwijderen van zoekresultaten zou schadelijk zijn voor de vrijheid van meningsuiting en het zou zelfs een wereldwijd precedent kunnen scheppen voor censuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan landen zoals China en Rusland die de vrijheid van meningsuiting en informatie niet zo hoog in het vaandel hebben zoals wij in het westen.


En heeft de burger nog een poot om op te staan na deze uitspraak? De website aanschrijven waar de betreffende informatie op staat, is natuurlijk ook nog een optie.