• Danielle Molenkamp

Kan het uitbrengen van een bod op Marktplaats je jouw persoonsgegevens kosten?

Bijgewerkt: feb 7

Waarschijnlijk heeft iedereen ooit wel eens een kijkje genomen op de grootste online tweedehands markt van Nederland; Marktplaats. Ideaal om voor een mooi prijsje een stationsfiets op de kop te tikken of om je oude bed te verkopen. Helaas gaat de koop en verkoop op Marktplaats niet altijd even soepel wat kan leiden tot grote meningsverschillen. Alhoewel ik daar niet per se voor naar de rechter zou stappen, is dat in de volgende procedure wel gebeurd.


Te koop aangeboden: ‘Postfris postzegels hele wereld series compleet’


Op 20 september heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan over de vraag of Marktplaats verplicht is om de gegevens van een gebruiker aan een andere gebruiker te verstrekken. Het ging in deze zaak om de verkoop van een postzegelverzameling. De persoon die in het vonnis wordt aangeduid met X heeft een bod uitgebracht van 6.000 euro. Eiser accepteert dit bod, maar X besluit de postzegelverzameling uiteindelijk toch niet te willen overnemen.


Eiser is echter van mening dat er al een koopovereenkomst tot stand is gekomen en wil juridische stappen ondernemen wegens het tekortschieten in de nakoming van de overeenkomst. Eiser verzoekt Marktplaats op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de persoonsgegevens van X te verstrekken zodat hij actie kan ondernemen, maar Marktplaats weigert dit. Eiser ziet geen andere oplossing dan met dit verzoek naar de rechter te stappen. Naast de afgifte van de persoonsgegevens van X, vordert Eiser merkwaardig genoeg ook dat niet X, maar Marktplaats zélf de hoogte van het bod moet vergoeden.


Gerechtvaardigd belang


Het gaat hier, aldus de rechter, om de vraag of Eiser op grond van de AVG een gerechtvaardigd belang heeft om over de gegevens van X te beschikken. In artikel 5 lid 1 sub a AVG worden de zogenoemde verwerkingsbeginselen geformuleerd, te weten rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie. In overeenstemming met die verwerkingsbeginselen, worden in artikel 6 lid 1 AVG de volgende grondslagen gegeven voor een rechtmatige verwerking:

  1. De betrokkene heeft toestemming gegeven;

  2. De verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is;

  3. De verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting;

  4. De verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of andere natuurlijke personen te beschermen;

  5. De verwerking is noodzakelijk voor het vervullen van een taak van algemeen belang of openbaar gezag;

  6. De verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentale vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen.


Het Hof van Justitie heeft vervolgens in de zaak Rigas op 4 mei 2017 nog drie cumulatieve voorwaarden gesteld waaraan moet zijn voldaan opdat een verwerking van persoonsgegevens rechtmatig is. Het Information Commissioner’s Office heeft aan deze rechtmatigheidsbeoordeling nadere invulling gegeven door de voorwaarden te verwerken in de vorm van drie toetsen:

  • Doeltoets: is er een doel om het belang van de verwerking te rechtvaardigen?

  • Noodzakelijkheidstoets: is de verwerking noodzakelijk voor het doel dat in de doeltoets is geïdentificeerd?

  • Afwegingstoets: is het belang van de verwerkingsverantwoordelijke gerechtvaardigd? Voor de beantwoording van deze vraag moet gekeken worden naar de aard van de persoonsgegevens, de redelijke verwachtingen van de betrokkene en de mogelijke risico’s voor de betrokkene.


Voor de beoordeling van het gerechtvaardigd belang moeten de belangen van Eiser en X dus tegen elkaar worden afgewogen. Zonder hier verder ook maar een woord aan vuil te maken, is de rechter van mening dat de belangen van Eiser niet zwaarder wegen dan die van X, tenzij uit de beschikbare feiten en omstandigheden met voldoende mate van zekerheid valt af te leiden dat er tussen Eiser en X een overeenkomst tot stand is gekomen.


Is er een overeenkomst tot stand gekomen?


Marktplaats voert verweer door te stellen dat er nooit een overeenkomst tot stand is gekomen tussen de gebruikers. In artikel 5.1 van haar Gebruiksvoorwaarden staat namelijk het volgende vermeld:


Tenzij in deze Gebruiksvoorwaarden anders is geregeld, is een bod op een product of dienst in een Advertentie niet bindend. Een Adverteerder is niet verplicht een dergelijk (redelijk) bod te accepteren. Indien een dergelijk bod door een Adverteerder wordt geaccepteerd, verplicht dit de bieder niet tot aankoop.

Met dit artikel wijkt Marktplaats af van de gebruikelijke totstandkomingsvereisten voor een overeenkomst. Anders dan Eiser meent, is Marktplaats wel degelijk gerechtigd de spelregels van handelen via Marktplaats te bepalen. Er is dus geen overeenkomst tussen Eiser en X tot stand gekomen waardoor er niet voldaan wordt aan het vereiste van het gerechtvaardigd belang. Marktplaats is dus niet verplicht om de gegevens van X aan Eiser te verstrekken.


Kostbare postzegelverzameling


Op de vraag naar de toewijsbaarheid van de opmerkelijke vordering wordt verder niet ingegaan. Wel wordt met de opmerking van de rechter over Eiser ‘dat bedrag ontvangen én de postzegels nog in bezit hebben, ongetwijfeld een aantrekkelijk vooruitzicht’ duidelijk hoe de rechter over de vordering dacht. Naast het feit dat Eiser als de in het ongelijk gestelde partij de 6.000 euro niet toegewezen heeft gekregen, is hij veroordeeld in de proceskosten die zijdens Marktplaats op 720 euro zijn begroot. Samen met zijn eigen proceskosten, is het dus uiteindelijk een kostbare postzegelverzameling geworden. De advertentie staat niet meer online, dus ik ben erg benieuwd of het hem nog gelukt is om er een schappelijke prijs voor te krijgen.