• Chiara Isert

Is Nederland klaar voor een Minister van Digitale Zaken?

Het is zover: op 17 maart 2021 vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. Daarom heb ik deze keer een politiek onderwerp gekozen. Nederland is al langer bekend om de digitale infrastructuur. Denk aan DigID of de OV-chipkaart. De afgelopen jaren zijn echter enkele problemen ontstaan die veelal te maken hebben met automatisering en digitalisering. Hierbij is de kennis van technische deskundigen gevraagd. Sommigen stellen dat Nederland toe is aan een ‘Minister van Digitale Zaken’ die verantwoordelijk is voor het oplossen van dergelijke problemen. Wil je weten welke gebeurtenissen ertoe hebben geleid en wat politici erover denken? Scroll nu door om erachter te komen.


Recente ontwikkelingen

Fake news over het coronavirus, datalekken bij de GGD, de toeslagenaffaire: dit zijn gebeurtenissen die in de afgelopen maanden in het nieuws waren en een groot aantal Nederlanders heeft geraakt. Desinformatie en misleiding, inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en gedupeerden die onterecht geld terug moesten betalen. Iedereen wijst naar een andere vermeende verantwoordelijke en er wordt gesteld dat men zich er niet van bewust was. Doordat niemand echter de verantwoordelijkheid op zich neemt, blijft het gebrek aan controle op de gedigitaliseerde en geautomatiseerde processen en de daarmee gepaard gaande kennislacune bestaan. Daarnaast worden tech-bedrijven steeds machtiger en is het vrij verkeer van persoonsgegevens in volle vaart. Denk bijvoorbeeld aan Facebook of TikTok. Ook cybercriminaliteit neemt in hoge mate toe.


Kees Verhoeven (D66) heeft enkele jaren geleden samen met Kathalijne Buitenweg (GroenLinks), Chris van Dam (CDA) en Jan Middendorp (VVD) een tijdelijke onderzoekscommissie ingesteld. Uit het rapport van deze commissie bleek dat er een Kamercommissie Digitale Zaken nodig is omdat er onvoldoende controle voor de burgers is over wat er gebeurt na de verzameling van hun gegevens. “Het is de taak van de Tweede Kamer om grip op dit samenspel te krijgen en op die manier het perspectief van de burgers te vertolken op onze digitale toekomst. Dit lukt tot nu toe onvoldoende.”. De Kamercommissie Digitale Zaken wordt in ieder geval ingesteld na de verkiezingen. Of er een nieuw ministerie zal komen is nog niet bekend. Dit blijkt ook niet uit het rapport.


Discussie

Al in 2000 werd in een opiniestuk voor Trouw gepleit voor een minister van technologie naar aanleiding van het voorstel van de toenmalige staatssecretaris Van der Ploeg in het programma Buitenhof. Ook Van der ploeg had het toen al over een ICT-minister. Toen ging de discussie voornamelijk om kinderporno, diefstal of het gijzelen van gegevens. Ook toen werd al gesteld dat de materie veel te complex zou zijn en een ICT-minister met internationaal blikveld en kennis van nieuwe technologieën zou vergen. Nu, ruim 20 jaar later, verscheen naar aanleiding van onder andere de ontwikkelingen omtrent de toeslagenaffaire, een nieuw opiniestuk. Dit keer geschreven door Kees Verhoeven (D66) en Eppo Bruins (ChristenUnie).


Op dit moment loopt de overheid “lichtjaren achter op de digitale transitie”, aldus Verhoeven en Bruins. “Anti-fraudesysteem SyRI en de toeslagenaffaire hebben laten zien dat dit kan leiden tot een overheid die discrimineert en mensen wegzet als fraudeurs.” Kortom: de bovengenoemde ontwikkeling en de huidige omgang met technologische innovatie binnen de overheid vormt een gevaar voor de democratische rechtsstaat. Om deze reden zou Nederland een Minister van Digitale Zaken moeten hebben. Iemand die kennis heeft van digitalisering en automatisering. Daarnaast moet de rest van de Kamerleden volgens Verhoeven en Bruins ook digitaal bekwamer worden. De overheid heeft als taak om monopolies te voorkomen en grondrechten te beschermen. In dit kader zou er een vaste commissie Digitale Zaken moeten worden ingesteld.


Hoewel de discussie zeker nog niet over is, zien veel politici het niet snel gebeuren dat er een nieuwe minister wordt aangesteld. Ook deelt niet iedereen de mening van Verhoeven en Bruins. Zo is het CDA bijvoorbeeld tegen een Minister van Digitale Zaken. Tom van der Lee (GroenLinks) is van mening dat het niet gaat om een ministerie maar om de Kamer zelf. Renske Leijten (SP) zei onder andere dat de expertise al wordt opgebouwd maar dat dit niet altijd het gewenste effect heeft.


Conclusie

Er is dus veel discussie over de vraag of een Minister van Digitale Zaken nodig is. Voor nu zal dit waarschijnlijk niet zo snel gebeuren, maar daarmee is de discussie zeker nog niet voorbij. Ik ben in ieder geval benieuwd of de commissie van digitale zaken een positieve bijdrage zal leveren aan het Tweede Kamerbeleid omtrent de digitalisering van overheidsprocessen. Wanneer dit bekend is, kan de noodzaak van een Minister van Digitale Zaken opnieuw worden geëvalueerd.