• Seren Alarslan

Het psshht-geluid van een blikje is geen klankmerk

In deze warme zomerdagen herken je vast het gevoel; een ijskoud blikje openen en genieten van het drankje. Bij het openen van het blikje schuif je je nagel onder het lipje en trek je het omhoog totdat je het bevredigende psshht-geluid hoort. Dit geluid klinkt leuk in de oren, maar is het ook mogelijk om het als een klankmerk te beschermen? In principe zijn geluiden vatbaar om als merk geregistreerd te worden maar hiervoor gelden wel extra vereisten. Kortgeleden heeft het Gerecht van de Europese Unie (hierna: het Gerecht) geoordeeld dat het geluid van het openen van een blikje niet door het merkenrecht beschermd kan worden omdat het te generiek is. Wat dit precies betekent, zal ik kort in deze blog bespreken.


Klankmerk in het algemeen

Naast het beschermen van woord-/beeldmerken is het ook mogelijk om een geluid als merk te registreren, maar hier gelden extra vereisten voor. Het Europese Hof had hiervoor bepaald

dat merkbescherming van (muzikale) klanken mogelijk is als deze onderscheidend grafisch worden weergegeven op een notenbalk. Dit vereiste is komen te vervallen door de nieuwe Uniemerkenverordening en gewijzigde merkenrichtlijn. Het nieuwe criterium hiervoor luidt als volgt: het teken moet duidelijk, nauwkeurig, volledig, gemakkelijk toegankelijk, begrijpelijk, duurzaam en objectief zijn. De wijze waarop klankmerken worden ingeschreven, moet volgens de beschikbare technologie. Een voorbeeld hiervan is een mp3-bestand.


Het psshht-geluid van een blikje

In deze zaak heeft Ardagh Metal Beverage Holdings GmbH & Co. KG (hierna: Ardagh), producent van drankblikjes en drankflesjes, bij het bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) een aanvraag tot inschrijving van een klankteken als Uniemerk ingediend. De aanvraag ziet op het geluid (auditief teken) dat wordt gemaakt bij het openen van een drankblikje, gevolgd door een stilte van een fractie van een seconde en gebruis van negen seconde. Het EUIPO heeft dit geweigerd omdat het geluid dat een blikje maakt bij het openen het gebrek aan onderscheidend vermogen heeft. Ardagh is hiertegen in beroep gegaan bij het Gerecht.


Ook het Gerecht oordeelt dat het klankmerk geen onderscheidend vermogen heeft. Allereerst wordt geoordeeld dat het geluid dat ontstaat bij het openen van een blikje als een louter technisch en functioneel element wordt beschouwd. Het is namelijk zo dat de opening van een blikje of flesje onlosmakelijk is verbonden met een bepaalde technische oplossing voor het hanteren van dranken met het oog op consumptie ervan, los van het feit of dergelijke waren al dan niet koolzuur bevatten. Daarbij hebben klankelementen en de stilte van ongeveer één seconde geen enkel intrinsiek kenmerk op basis waarvan kan worden aangenomen dat het relevante publiek deze zou kunnen opvatten als een aanduiding van de commerciële herkomst.


Het Gerecht stelt dat het EUIPO terecht heeft opgemerkt dat de stilte na het geluid van het openen van een blikje en de duur van het bruisende geluid, van ongeveer negen seconden, niet voldoende pregnant zijn om zich te onderscheiden van vergelijkbare geluiden die door dranken worden gemaakt. Een kort gebruis onmiddellijk na het openen van een blikje is gebruikelijker dan een stilte van ongeveer één seconde die wordt gevolgd door een lang gebruis. Dit betekent niet dat het relevante publiek aan deze klanken enige betekenis kan toekennen op basis waarvan de commerciële herkomst van de betrokken waren geïdentificeerd kan worden.


Conclusie

Het psshht-geluid, zoals het in de volksmond heet, kan dus niet als een klankmerk worden geregistreerd omdat het te generiek is. Het EUIPO stelt dat er geen sprake is van een verschil tussen een metalen blikje van Ardagh en blikjes van andere producenten. Naast het EUIPO heeft het Gerecht geoordeeld dat de aanvraag van Ardagh niet kenmerkend genoeg was voor een specifieke producent. Het lijkt erop dat het na de nieuwe wetgeving niet eenvoudiger is geworden om geluiden als klankmerken te registreren.