• Lars de Bie

Het digitale vizier van Rutte-vier

Op 10 januari 2022 is het kabinet Rutte-IV geïnstalleerd. Na de langste formatieperiode die Nederland ooit heeft gekend, staat het kabinet voor een grote taak. Er zijn immers veel problemen die moeten worden aangepakt, zoals het tekort aan woningen en de vermindering van de schadelijke uitstoot van broeikasgassen. Ook op het gebied van digitale huishouding is een grote taak voor het nieuwe kabinet weggelegd. Om deze reden is voor het eerst een staatssecretaris aangesteld die zal bezig houden met digitalisering. Nederland treedt hiermee in de voetsporen van onder andere België, die al langer een minister voor digitale zaken heeft.


In dit blog zullen de taken van de nieuwe staatssecretaris Alexandra van Huffelen (D66) worden besproken en welke invloed dit mogelijk zal hebben op de rechten en plichten van verschillende partijen in het IT-landschap.


De digitale focus van het kabinet

Onze samenleving is steeds meer afhankelijk van techniek. Zowel consumenten als bedrijven maken dagelijks gebruik van technologische innovaties, zoals het werken in de “cloud” en de toenemende automatisering. Het nieuwe kabinet heeft dan ook een deel uit het coalitieakkoord gewijd aan hoe zij met deze digitalisering wilt omgaan.


Allereerst is het aan de staatssecretaris om de macht van Big Tech bedrijven aan te pakken. Zij hebben in veel gevallen een mono- of duopolie, wat negatief kan uitpakken voor de consument en concurrenten. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat er in Europees verband wat aan deze macht moet worden gedaan, zodat de concurrentie wordt bevorderd en de privacy van burgers beter beschermd wordt.


Verder wil het kabinet dat de grote platforms, zoals Facebook en Youtube, meer verantwoordelijkheid krijgen voor de content die gebruikers op hun platform plaatsen. Zij moeten, als het aan het nieuwe kabinet ligt, desinformatie en haatzaaiende berichten tegengaan. Ook kinderen moeten beter beschermd worden tegen reclame die niet geschikt is voor hen.


Ook cybercriminaliteit komt meermaals terug in het coalitieakkoord. Op dit moment is de aanpak van cybercriminaliteit vaak nog ondermaats. Dit komt bijvoorbeeld door een gebrek aan kennis bij de opsporingsambtenaren, maar ook omdat er te weinig zicht is op welke strafbare feiten er worden gepleegd. Het nieuwe kabinet wil zich inzetten om te voorkomen dat er opnieuw bedrijven worden platgelegd door cyberaanvallen met bijvoorbeeld ransomware.


Naast cybercriminaliteit wil het nieuwe kabinet ook de weerbaarheid tegen statelijke actoren verbeteren. De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ook wel de “Sleepwet” genoemd, is hiervoor in het leven geroepen, maar deze gaat volgens het kabinet niet ver genoeg. De geheime diensten hebben te weinig bevoegdheden om Nederland te beschermen en “terug te hacken”, bijvoorbeeld door de servers waarmee een aanval op Nederland wordt uitgevoerd onschadelijk maken. Hiermee sluit het kabinet aan bij de bewoordingen van de vertrekkend minister van Defensie.


Ten slotte wil het kabinet een landelijke strategie ontwikkelen voor datacenters. Hierin moet worden geregeld of, en zo ja onder welke voorwaarden, datacenters in Nederland mogen worden bijgebouwd. Hiermee moet worden voorkomen dat de beslissing van de komst van een datacenter aan de gemeente wordt overgelaten. Dit mede gelet op de landelijke impact die deze energie-grootverbruikers kunnen hebben.


Wat betekent dit in de praktijk?

Voordat consumenten en bedrijven hier iets van gaan merken, zijn er waarschijnlijk wel een aantal jaren verstreken. De eerste opmerkbare verandering zal de aanpak van “doxing” (het delen van bijvoorbeeld iemands adres op internet om te intimideren) zijn. Volgens de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid zal het wetsvoorstel om dit strafbaar te stellen vóór de zomer in de Tweede Kamer worden behandeld. Verder zal het kabinet ook vaart willen zetten achter de invoering van de Digital Services Act van de Europese Unie (EU). Hiermee zet de EU verschillende stappen om de macht van “big tech” in te perken. Gelet op het coalitieakkoord zal het kabinet deze stappen omarmen en zo snel mogelijk willen doorvoeren.


Het kabinet wil ook meer gaan samenwerken met andere EU-lidstaten op het gebied van digitalisering. Tijdens de coronacrisis is met de intercompatibiliteit van de “contact tracing apps” aangetoond dat de lidstaten goed kunnen samenwerken met open-source software. Systemen kunnen via deze software op een goede manier aan elkaar worden gekoppeld. Het is te hopen dat dit voorbeeld, samen met de plannen van het kabinet, zorgen voor meer technische innovaties. Als laatste wordt het budget van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) uitgebreid, waarmee zij de op een na duurste “privacy-toezichthouder” wordt in de EU. Daarnaast krijgt de AP ook een nieuwe toezichthouder onder zich. Deze toezichthouder zal specifiek gaan toezien op het gebruik van algoritmes door bedrijven en de overheid. De uitbreiding van het budget is wel (veel) minder dan het bedrag dat de AP zelf had voorgesteld.


Rutte-IV heeft dus behoorlijk wat ambities op het gebied van de digitale samenleving. Of de hoge verwachtingen ook waargemaakt zullen worden, is nog afwachten. De plannen zijn echter wel noodzakelijke stappen om de digitalisering vloeiender te laten verlopen.