• Lars de Bie

De Wet Open Overheid in vogelvlucht

De Wet Open Overheid in vogelvlucht

Op 1 mei 2022 is de Wet Open Overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet moet de overheid meer in lijn brengen met andere Europese staten op het gebied van informatievoorziening. Bij de invoering van de voorganger van de Woo, de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob), was Nederland nog een van de voorlopers op het gebied van openbaarmaking van bestuurlijke informatie. Tegenwoordig lijkt dat daar echter niks meer van over.


Aan de hand van een paar belangrijke aspecten zal in dit blog worden onderzocht of de Woo een stap vooruit is ten opzichte van de Wob. Allereerst zal er worden ingegaan op de actieve openbaarmaking, oftewel de verplichting voor bestuursorganen om uit zichzelf informatie te openbaren. Vervolgens zal worden besproken welke informatie bestuursorganen niet hoeven te delen. Tot slot, zal het Platform Open Overheidsinformatie worden besproken dat in de plaats is gekomen van de registerplicht.


Actieve openbaarmaking


Op basis van de Woo dienen bestuursorganen bepaalde informatie uit zichzelf openbaar te maken. Dit betekent dat burgers niet meer zelf hoeven te vragen om informatie, maar dat zij de informatie al op internet of bij het bestuursorgaan kunnen vinden. Waar de focus van de Wob lag op passieve openbaarmaking, oftewel het verstrekken van informatie wanneer hierom wordt gevraagd door een burger, is het de bedoeling van de Woo dat er juist (veel) meer actief wordt geopenbaard.


De Wob regelde slecht in artikel 8 dat informatie over het beleid geopenbaard moest worden, maar bepaalde niet wat daar in ieder geval onder zou moeten vallen. In de praktijk kwam hier dan ook vrijwel niets van terecht. De Woo brengt daar verandering in. In artikel 3.3 wordt, in de nog niet in werking getreden artikelleden, geregeld welke informatie in ieder geval moet worden geopenbaard. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een groot deel van de besluiten, vergaderstukken en adviezen die het bestuursorgaan tot zijn beschikking heeft.

Dit alles moet ertoe leiden dat een burger beter op de hoogte is van wat er zich binnen het bestuursorgaan afspeelt en eventueel gerichter een verzoek kan indienen om meer informatie te verkrijgen.


De uitzonderingen


Op basis van zowel de Wob als de Woo is het mogelijk om bepaalde informatie niet te openbaren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om informatie die, wanneer het geopenbaard wordt, de veiligheid van de staat in gevaar kan brengen. Ook informatie die vertrouwelijk aan de overheid is verstrekt valt hieronder.


Een veelgebruikte grond voor het niet vrijgeven van informatie waren onder het regime van de Wob de persoonlijke beleidsopvattingen uit artikel 11. Op basis van dit artikel was het een bestuursorgaan niet toegestaan om informatie te openbaren waar uit kon worden opgemaakt wat een individuele ambtenaar van mening was. Dit zou namelijk een vrije discussie binnen de overheid verhinderen.

In de praktijk werd deze grondslag echter te veel gebruikt. Ook bij bijvoorbeeld de toeslagenaffaire bleek dat ambtenaren op basis van deze grondslag te veel informatie weerhielden van burgers. Deze manier van werken wordt ook wel de Rutte doctrine genoemd, aangezien deze ontwikkeling is ontstaan tijdens de periode dat VVD leider Mark Rutte premier is.


In de Woo was het in eerste instantie de bedoeling om een beroep op de grond persoonlijke beleidsopvattingen onmogelijk te maken. Dit is uiteindelijk niet doorgezet. Wel zijn er maatregelen genomen om te voorkomen dat deze grondslag te veel wordt gebruikt. Zo moet een bestuursorgaan voor informatie die ouder is dan 5 jaar motiveren waarom het belang van intern beraad nog steeds zwaarder weegt.


Het Woo-register


De laatste technologische verbetering die de initiatiefnemers van de Woo voor ogen hadden, was een digitaal register waarin burgers gemakkelijk inzicht hadden in welke informatie er beschikbaar was bij bestuursorganen. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel achtten de digitalisering van een groot deel van de informatie noodzakelijk, omdat dit de toegang tot de informatie drastisch kan verbeteren.


Het hiervoor benoemde register wordt al in verschillende Scandinavische landen gebruikt welke landen, mede door het register, een beslistermijn kennen van slechts enkele dagen. Daarentegen kent Nederland een beslistermijn van meerdere weken en welke, in ieder geval onder de Wob, in 80% van de gevallen wordt overschreden.


Uiteindelijk is besloten om het documentenregister niet op deze manier door te voeren, omdat dit een te zware administratieve last zou zijn voor de bestuursorganen. Met de nieuwe Woo komt er echter wel een “register light”, Dit Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) is een website waar alle al openbare platformen van de overheid, zoals wetten.nl en officielebekendmakingen.nl, op doorzocht kunnen worden. Op die manier is het voor burgers makkelijker om informatie te vinden, alhoewel het grootste deel van de documenten hierop dus (nog) niet te raadplegen is.


Het Wobben in de toekomst


Journalisten hebben beroepen op de Wob al vaak in de rechtszaal moeten aanvechten, omdat de overheid weigerde de gevraagde informatie te verstrekken. Journalisten hoopten dan ook dat de Woo een grote verbetering zou zijn op het gebied van informatievoorziening door de overheid. De algemene tendens is echter dat de Woo geen verbetering is ten opzichte van de Wob. De regels over openbaarmaking van bestuurlijke informatie zijn grotendeels gelijk gebleven. Daarnaast is ook het register, wat voor een flinke verbetering had kunnen zorgen, er niet gekomen. Het is dan ook maar de vraag of de overheid, die er nu om bekend staat dat zij “liever geen stukken deelt”, daadwerkelijk aan actieve openbaarmaking gaat doen.