• Eline Cremers

Dat ene beschermde blokje

Wie is er niet mee opgegroeid: de gekleurde blokjes van LEGO. De blokjes die perfect op elkaar aansluiten en waarmee de grootste bouwwerken worden gemaakt. Weinig kleuters, en overigens ook oudere LEGO-liefhebbers, zullen zich bij het stapelen van blokje op blokje hebben bekommerd om de vraag of die blokjes al dan niet onder het intellectuele eigendom zijn beschermd. Toch is LEGO juist voor juristen een interessant speeltje. Waar het Deense merk over geen enkele bescherming meer leek te beschikken voor zijn bouwsteentjes, heeft de Europese rechter onlangs bepaald dat één specifiek blokje toch niet zomaar nagemaakt mag worden door concurrenten op de speelgoedmarkt. Maar hoe is deze ommezwaai te verklaren en hoe zit het eigenlijk precies met de bescherming onder het IE-recht voor LEGO-blokjes?


Bescherming onder het modellenrecht

Een product kan op verschillende manieren worden beschermd en elke beschermingsvariant heeft zijn eigen onderliggende doel. Het auteursrecht bevordert creativiteit en culturele innovatie. Dat creatieve makers een auteursrecht kunnen krijgen kan hen stimuleren om bijvoorbeeld een boek of schilderij tot stand te brengen. Zouden ze hier geen auteursrecht op kunnen krijgen, dan zou iedereen hun product straffeloos na kunnen maken. Een octrooirecht bevordert dan weer de technische innovatie en kan worden gekregen voor een nieuwe technische uitvinding. Het merkenrecht heeft een ander soort doel, namelijk het creëren van een overzichtelijke markt. Het modellenrecht tenslotte beoogt de esthetische innovatie, oftewel design, te stimuleren. Het gaat daarbij om hoe een product is vormgegeven en eruit ziet.


De termijn voor bescherming onder het modellenrecht bedraagt vijf jaar, maar kan vier keer met vijf jaar worden verlengd. Een modellenrecht kan dus maximaal 25 jaar voortduren. Uit de wet, het Benelux-verdrag inzake de Intellectuele eigendom, volgt dat er twee eisen worden gesteld aan een model om voor bescherming in aanmerking te komen. Allereerst moet het model nieuw zijn. Hierbij moet worden bekeken of er op de markt al een volledig identiek model bestaat. Wanneer er al een identiek model bestaat, wordt niet aan dit vereiste voldaan en is het model niet nieuw. Een tweede vereiste is dat het model een eigen karakter moet hebben. Hiervoor wordt gekeken naar het totaal van soortgelijke modellen die al bestonden toen het model werd ingeschreven. Dit wordt ook wel het Umfeld of vormgevingserfgoed genoemd. Op basis daarvan wordt gekeken of de algemene indruk die het model bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die deze gebruiker heeft bij de soortgelijke modellen die al eerder bestonden. De geïnformeerde gebruiker is geen ontwerper of technisch deskundige, maar kent de in de betrokken sector bestaande verschillende modellen en heeft een zekere kennis van elementen die deze modellen bevatten. De geïnformeerde gebruiker heeft veel aandacht voor de specifieke vorm van het model en kan geen onderscheid maken tussen technische en willekeurige aspecten.


Onder het modellenrecht kunnen niet alle producten voor bescherming in aanmerking komen. De wet noemt namelijk een tweetal uitzonderingen. Allereerst worden de uiterlijke kenmerken van een product van bescherming uitgesloten wanneer deze kenmerken enkel door de technische functie worden bepaald. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een scheerkop. Deze kan niet anders worden vormgegeven, omdat de werking van de scheerkop tot een bepaalde vormgeving dwingt. Deze uitsluiting zorgt ervoor dat er een onderscheid blijft bestaan tussen het modellenrecht en het octrooirecht, waarbij juist een technisch aspect wordt beschermd. Daarnaast is er ook geen bescherming voor de uiterlijke kenmerken van de zogenoemde must-fit elementen. Dit zijn de elementen die het ene onderdeel met een ander onderdeel verbinden waardoor beide onderdelen hun functie kunnen vervullen. Deze elementen moeten specifiek in een bepaalde vorm of afmeting worden geproduceerd. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een stofzuigerslang.


Tegenover de must-fit elementen staat het zogenoemde modulair systeem. Dit is een systeem waarbij meerdere onderling inwisselbare delen met elkaar een combinatie kunnen vormen. Hiervoor geldt dat de uiterlijke kenmerken van deze elementen juist wel weer beschermd kunnen worden, omdat het dan niet gaat om de techniek, maar om iets esthetisch dat kan worden gebouwd. Het gaat expliciet om de verbindingsstukken die bij normaal gebruik zichtbaar zijn. Dit wordt ook wel de LEGO-exceptie genoemd. Een voorbeeld hiervan is het element dat ervoor zorgt dat bepaalde stoelen in een rij aan elkaar kunnen worden verbonden of kunnen worden opgestapeld. Een ander voorbeeld is speelgoed waarmee verschillende bouwcombinaties kunnen worden gemaakt.


LEGO

Hoe zit het dan nu precies met de LEGO-blokjes? Zijn de blokjes wel of niet onder het modellenrecht beschermd? Het antwoord hierop is zowel bevestigend als ontkennend. LEGO heeft op zijn blokjes een octrooi gehad en was daardoor 20 jaar beschermd onder het octrooirecht. Dit octrooirecht is ondertussen verlopen en dat zorgde ervoor dat iedereen de LEGO-blokjes kon namaken. LEGO had namelijk geen exclusief recht meer op haar blokjes. Omdat de vorm van de LEGO-blokjes technisch is bepaald, kan dit namelijk niet worden beschermd onder het auteurs- of merkenrecht. Het modellenrecht bestond op dat moment nog niet. Wel geldt, als in het geheel geen sprake (meer) is van enig intellectueel eigendomsrecht, dat een product niet onnodig op identieke wijze mag worden nagemaakt. Wanneer er een andere vorm gekozen had kunnen worden, maar dit niet is gedaan en daardoor verwarring wordt veroorzaakt, spreken we van slaafse nabootsing. Dit mag nooit en is per definitie onrechtmatig.


Om namaak van de LEGO-blokjes tegen te gaan omdat die niet (meer) beschermd worden door een IE-recht, heeft LEGO in eerdere rechtszaken gesteld dat er sprake was van slaafse nabootsing. De Hoge Raad heeft in de zaak tegen Mega Brands, een concurrent van LEGO, echter bepaald dat de noodzakelijke eigenschappen van de LEGO-blokjes, die ervoor zorgen dat de ‘namaak’-blokjes op de LEGO-blokjes passen, wel mochten worden nagemaakt. De reden hiervoor is dat LEGO de afgelopen jaren zo’n dominante positie op de markt heeft gekregen voor dit type speelgoed dat concurrenten van LEGO op die markt niet anders kunnen dan aansluiten bij de blokjes van LEGO. De gemiddelde consument heeft immers LEGO in huis en wil blokjes kopen die daarop aansluiten. LEGO is in blokjesland simpelweg de maat der dingen geworden. Wel geldt dat de namaakproducten een andere kleur moeten hebben en dat de productnaam anders moet zijn en op een andere plek moet staan dan bij de LEGO-blokjes.


Op 24 maart 2021 heeft het Gerecht van de Europese Unie* uitspraak gedaan in de zaak die LEGO had aangespannen tegen de Duitse speelgoedmaker Delta Sport Handelskontor. LEGO had in 2010 de vorm van een specifiek blokje als model geregistreerd. Dit betrof een langwerpig blokje met bovenop vier nopjes. Delta Sport Handelskontor stelde hiertegen een vordering in, omdat zij meenden dat de uiterlijke kenmerken enkel door de technische functie van het product bepaald zijn, waardoor modelrechtelijke bescherming niet mogelijk is. Het EUIPO, het bureau waar Europese merken en modellen worden geregistreerd, heeft dit model in 2019 om die reden nietig verklaard. Het Gerecht van de Europese Unie heeft nu echter bepaald dat het EUIPO dit model ten onrechte nietig heeft verklaard. Het Gerecht oordeelde namelijk dat het EUIPO niet had vastgesteld dat de bovenkant van het blokje aan beide kanten naast de nopjes een glad oppervlak had en dat dit een uiterlijk kenmerk is dat niet technisch is bepaald. Precies dit niet-technische aspect van het langwerpige LEGO-blokje in kwestie zorgt ervoor dat dit blokje wel degelijk voor een modellenrecht in aanmerking komt en dat dit steentje dus niet mag worden nagemaakt. De concurrenten zullen dus creatief moeten zijn bij het produceren van langwerpige blokjes met vier nopjes, om niet tegenover LEGO in de rechtszaal te belanden. Gelukkig zijn de meeste speelgoedfabrikanten al van jongs af aan gewend om creatief te zijn met blokjes. Dankzij de steentjes van………….nou ja, u weet wel.


*Het Gerecht van de Europese Unie is één van de rechtsprekende instanties van het Hof van Justitie van de Europese Unie.