• Chiara Isert

Zwartelijstartsen.nl staat vanaf nu zelf op de ‘zwarte lijst’

De zwarte lijst

In de afgelopen jaren hebben we ze vaker voorbij zien komen - gerechtelijke procedures waarbij artsen de vermelding van hun naam (vaak met foto) op zwartelijstartsen.nl aan hebben gevochten.[1] De website wordt sinds enkele jaren beheerd door Stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid-Nederland (SIN-NL). Het doel van de website is “om patiënten te informeren en te beschermen alsmede om falende zorgverleners […] ter verantwoording te roepen”. Op de website staat - u raadt het al - een zwarte lijst van artsen en zorgverleners die bij een tuchtrechtelijke procedure betrokken zijn geweest. Toch blijkt zwartelijstartsen.nl nu zelf onder het vuur te staan. Wat is er gebeurd? Karma? En waarom heeft de rechter zich nu pas hierover uitgelaten?


Het proces

Uitlatingen op internet, waarbij zorgverleners als “falend” worden betiteld, kunnen voor de reputatie van die zorgverleners erg schadelijk zijn. Om deze reden is de Stichting Stop Online Shaming (SOS) in een collectieve actie tegen Stichting SIN-NL opgekomen voor de belangen van de artsen die op de zwarte lijst staan. Stichting SOS behartigt de belangen van slachtoffers van online privacy-inbreuken en online onrechtmatige publicaties. In dit geval vordert Stichting SOS onder meer staking van de onrechtmatige uitlatingen.


De publicaties op de website hebben een botsing van grondrechten tot gevolg: het recht op vrijheid van meningsuiting tegenover het recht op eer en goede naam. Dat betekent dat de rechter de conflicterende belangen tegen elkaar moet afwegen, rekening houdend met de omstandigheden van het concrete geval. De beheerders van de website hebben het recht om hun mening te uiten en te delen en patiënten hebben het recht op informatie over hun potentiële artsen. Echter betekent dit voor artsen die op de zwarte lijst staan enorme reputatieschade doordat zij op internet als “falende artsen” worden betiteld. Dit geldt ook voor artsen waarvan de tuchtrechtelijke berisping inmiddels is doorgehaald.


Het oordeel

In het onderhavige geval viel de belangenafweging in het voordeel uit van het recht op eer en goede naam van de artsen. Mede gezien het feit dat zorgverleners door de publicaties “worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen”, weegt het belang van de website niet op tegen de belangen van gedupeerde artsen.[2] Stichting SOS is daarmee in het gelijk gesteld: zowel de website als de domeinnaam van zwartelijstartsen.nl zijn door de voorzieningenrechter onrechtmatig gevonden. Dit is een positieve uitkomst voor iedereen die (onterecht) als “falende arts” aan de digitale schandpaal is gehangen.


Waarom nu?

In het verleden zijn er herhaaldelijk verzoeken ingediend die onder andere strekten tot de verwijdering van de gegevens die voortvloeien uit de zwarte lijst. Achteraf gezien, zou kunnen worden gesteld dat deze procedures onnodig tijd en geld hebben gekost. Opmerking verdient wel het feit dat de schade voor de zorgverleners die op de lijst stonden nog veel groter was geweest indien zij de vermelding toen niet hadden aangevochten. De vraag rijst dan ook waarom het nu pas tot een dergelijke uitspraak kwam. Hoewel je dit niet precies kan zeggen, is dit wel deels te wijten aan de nieuwe Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). De wet is (bijna) precies één jaar geleden in werking getreden. Voor de inwerkingtreding van deze wet kon de Nederlandse rechter slechts collectieve schikkingen bindend verklaren. Door de wetswijziging is het mogelijk om een collectieve actie tot schadevergoeding in te stellen. Hierdoor wordt de onderhandelingspositie van benadeelden versterkt. Gezien de hoeveelheid van collectieve acties die sindsdien zijn gevoerd, vindt er duidelijk een verandering in het Nederlandse procesklimaat plaats. Er is nu maar één regime voor het voeren van collectieve acties voor alle rechtsgebieden. Dit is uniek en zal in de toekomst vast nog meer veranderingen met zich meebrengen.


[1] Zie bijvoorbeeld Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 (Arts/Google).

[2]Rb. Midden-Nederland 8 januari 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:23, r.o. 4.12.