• Enrico de Jong

Wie mag er aan de touwtjes van het klimaat trekken?

Afgelopen week mocht Nederland weer de stemhokjes in. Klimaatverandering was één van de prominente onderwerpen tijdens de verkiezingen. Maatregelen die in de debatten naar voren kwamen varieerden van het bouwen van kerncentrales met alle kosten en risico’s van dien tot het gedag zeggen tegen budgetvluchten en kiloknallers. Het doel? Ervoor zorgen dat de aarde minder snel opwarmt.

De menselijke uitstoot van broeikasgassen is de belangrijkste oorzaak voor de opwarming van de aarde omdat broeikasgassen zoals CO2 warmte vasthouden in de atmosfeer. Op dit moment gaat het reduceren van onze uitstoot te langzaam. Om ervoor te zorgen dat de gevolgen te overzien blijven of om simpelweg wat extra tijd te winnen, komen er steeds meer stemmen op die pleiten voor de inzet van geoengineering. Dit zijn technologieën waarbij mensen natuurlijke processen zo manipuleren dat de opwarming van de aarde wordt geremd. Geoengineering heeft de potentie om binnen een korte tijd voor relatief weinig geld de aarde af te koelen maar de methoden gaan vaak gepaard met nieuwe gevaren en onzekerheden. In deze blog wordt het juridische kader omtrent geoengineering geschetst. Wie mag er aan de touwtjes van het klimaat trekken?

Geoengineering

Geoengineering kan grofweg worden opgedeeld in twee clusters: Carbon dioxide removal (CDR) en Solar radiation management (SRM). Met CDR wordt de primaire menselijke bron van klimaatverandering aangepakt door CO2 uit de atmosfeer te verwijderen. De meest simpele vorm is de grootschalige aanplant van nieuwe bossen. Een minder bekend voorbeeld is de ijzerbemesting van oceanen om de groei van plankton te stimuleren. Dit omdat plankton CO2 opneemt en transporteert naar de zeebodem.

SRM richt zich op het verlagen van de mondiale temperatuur door de hoeveelheid zonnestralen dat de aarde bereikt te reduceren. Bij grote vulkaanuitbarstingen zoals de uitbarsting van de Pinatubo op de Filipijnen in 1991, wordt een enorme hoeveelheid asdeeltjes de atmosfeer ingeblazen. Deze asdeeltjes blokkeerden na die uitbarsting zo veel zonlicht dat het de gemiddelde temperatuur op aarde een halve graad Celsius heeft laten dalen voor de volgende twee jaren. Dit proces kan ook worden nagebootst door opzettelijk sulfaatdeeltjes de lucht in te sprayen. Verder zijn er ook ideeën met een hoger ‘sciencefiction-gehalte’ zoals het plaatsen van duizenden spiegels in de ruimte om een deel van de zonnestralen terug te kaatsen. Ook dit zou prima uitgevoerd kunnen worden.

Risico’s

De kosten van de implementatie van een aantal technieken zijn relatief laag. Als bijvoorbeeld het effect van de vulkaanuitbarsting wordt nagebootst door sulfaatdeeltjes met speciale vliegtuigen over de aarde te verspreiden, kan al voor een paar miljard euro de mondiale temperatuur omlaag geduwd worden. Dit zou door één enkel land bekostigd kunnen worden. Er zijn echter veel ongewenste bijwerkingen. De uitbarsting van de Pinatubo zorgde niet alleen voor een daling van de mondiale temperatuur; het veroorzaakte ook een verschuiving in de wereldwijde neerslagpatronen resulterend in overstromingen langs de Mississippi en extreme droogte in de Afrikaanse Sahel. Ook zou er, in ieder geval tot de hoeveelheid broeikasgassen drastisch verminderd zijn, elk jaar opnieuw sulfaat door de lucht verspreid moeten worden. Anders zouden de temperaturen weer in een rap tempo stijgen. Dit soort bijwerkingen doen zich vooral bij SRM voor, maar ook wat betreft CDR behoeft het weinig uitleg dat het dumpen van ijzer in de oceaan niet door iedereen gewaardeerd zal worden. Ten slotte is er nog het ‘moral hazard’ argument tegen het implementeren van geoengineering. Het structureel verminderen van de uitstoot van broeikasgassen blijft veruit de meest gunstige strategie om klimaatverandering tegen te gaan. Als we ervoor kiezen om geoengineering toe te passen, zullen mensen misschien minder gemotiveerd zijn om hun uitstoot-gedrag aan te passen.

Geo-regulering

Klimaatverandering is per uitstek een grensoverschrijdende kwestie. Er zijn gelukkig een hoop klimaatverdragen en -akkoorden gesloten, maar hierin zijn geen specifieke regels over geoengineering opgenomen. Een van de hoekstenen van het internationale milieurecht is de gewoonterechtelijke regel die staten verplicht inspanning te leveren om milieuschade buiten eigen territorium te voorkomen. Als een staat de regel schendt, kan zij hiervoor verantwoordelijk worden gehouden. Er zijn ook milieuverdragen waarin expliciet wordt verboden bepaalde materialen in de oceaan te dumpen. De regels bieden dus een basis voor bescherming, maar het is onwaarschijnlijk dat ze de risico’s van geoengineering en de gerelateerde politieke conflicten voldoende op kunnen vangen. Hoewel er een taboe rust op het inzetten van geoengineering omdat het vooral de symptomen van klimaatverandering bestrijdt, zou het uiteindelijk toch nodig kunnen zijn om rampen te voorkomen. Het opstellen van internationale regels kan niet alleen de toepassing van geoengineering in bepaalde gevallen verbieden; het kan er ook voor zorgen dat het op een adequate manier wordt ingezet wanneer dit nodig wordt geacht. Vooralsnog moeten we hopen dat we nooit tot dit punt hoeven te komen, maar het zou onverstandig zijn om geen troef achter de hand te hebben.