• Hoofdredacteuren

Wat is internetrecht?

Een toenemende digitalisering en technologisering brengt vanzelfsprekend nieuwe juridische vraagstukken met zich mee, waar een ICT-jurist zich mee bezig houdt. Er wordt vaak gezegd dat ICT-juristen de toekomst hebben, maar wat valt er eigenlijk allemaal onder het internetrecht?


Vorige maand hebben wij een masterclass gekregen van Arnoud Engelfriet, algemeen directeur bij ICTrecht en blogger op blog.iusmentis.com, waarin wij onder andere probeerden deze vraag te beantwoorden.


Internetrecht als wachtkamer

Waar andere rechtsgebieden meer afgebakend zijn tot een bepaald onderwerp, is het internetrecht erg breed, omdat het alle vraagstukken omvat waar het internet bij betrokken is. Karakteristiek voor internetrechtelijke vraagstukken is dat er vaak nog geen eenduidend antwoord voor is af te leiden uit de wet of jurisprudentie, simpelweg omdat de techniek waaruit deze casussen voortkomen, bij ontstaan van deze regelgeving nog niet bestond. Daarnaast is kenmerkend voor het internetrecht dat de inhoud ervan verschuift. Waar bijvoorbeeld elektronisch gesloten contracten zo’n twintig jaar geleden nog nieuw en spannend waren, kijkt een moderne jurist hier tegenwoordig niet meer van op; ze hebben nu zelfs een eigen afdeling in het Burgerlijk Wetboek gekregen. Het internetrecht kan daarom ook wel gezien worden als ‘wachtkamer van het recht’, waar technologische vraagstukken tijdelijk worden geparkeerd omdat de bestaande regels niet passend zijn voor de casus die zich voordoet. Tot er een passende juridische oplossing voor is gevonden, zal iets daarom vallen onder het internetrecht, om vervolgens bijvoorbeeld ‘gewoon’ onderdeel van contractenrecht, intellectueel eigendomsrecht of arbeidsrecht te worden.


Botsing van vrijheden

Omdat er voor internetrechtelijke vraagstukken in de meeste gevallen nog geen eenduidend juridisch antwoord klaar ligt, zal een internetjurist creatief moeten zijn met het zoeken naar een oplossing. Een mogelijkheid is om ICT-casussen te behandelen als botsing van twee of meer van de volgende vier grondrechten: het recht op privacy, het recht op informatievrijheid, het recht op intellectueel eigendom en het recht op ondernemingsvrijheid. Een welbekend voorbeeld is device fingerprinting, een vorm van tracking van websitegebruikers door ondernemers, waarbij het recht op ondernemingsvrijheid van de eigenaar van de website moet worden afgewogen tegen het recht op privacy van de bezoeker. Toch blijven dergelijke afwegingen, zeker in technisch ingewikkelde casussen, niet eenvoudig.


Continu in beweging

Kenmerkend voor het internetrecht is dus dat het continu in beweging is. Vragen waar internet juristen van nu zich over buigen, hebben misschien waarschijnlijk weinig te maken met de vragen waar men over tien, twintig of dertig jaar mee bezig is. De ontwikkeling van technologie gaat razendsnel en het is aan de ICT jurist om te zorgen dat er zo min mogelijk leemtes ontstaan tussen de technologische mogelijkheden en de geldende rechtsregels.