• Chandell Stienstra

Vrijheid van meningsuiting op sociale platformen

Bijgewerkt: jan 13

Twitter heeft Donald Trump voorgoed van haar platform geschorst. Het platform besloot dit te doen vanwege "het risico van verdere aanzetting tot geweld". Eerder had Twitter Trump tijdelijk geschorst uit zijn meest geliefde sociale medium omdat hij in zijn tweets niet genoeg afstand nam van de demonstranten die het Amerikaanse Congres binnenvielen. Hij mocht uiteindelijk het platform weer betreden nadat hij de tweets had verwijderd. Twee nieuwe tweets brachten hem hierna opnieuw in de problemen. Voor Twitter was de maat vol.

Dat de vrijheid van meningsuiting in sommige gevallen kan worden ingeperkt, is niet nieuw. Wel is het opmerkelijk dat dit een publiek figuur met een aanzienlijke maatschappelijke positie overkomt.

Beperken vrijheid van meningsuiting

Op grond van artikel 19 van het VN-verdrag (BuPo) heeft eenieder recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om een mening te koesteren zonder inmenging van bijvoorbeeld de staat. Dit betekent dat iedereen op welke manier dan ook informatie en ideeën kan zoeken, ontvangen en doorgeven.

In sommige gevallen is een beperking van de vrijheid van meningsuiting mogelijk. Op grond van artikel 20 BuPo is oorlogspropaganda verboden, ‘evenals het oproepen tot nationalistische, raciale of religieuze haat die aanzet tot discriminatie, vijandigheid of geweld’. In het belang van de nationale veiligheid, dan wel ter bescherming van de openbare orde is een beperking dus toegestaan.

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

De vrijheid van meningsuiting is in Nederland geregeld in artikel 7 van de Grondwet, ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. Voorbeelden van beperkingen in het strafrecht zijn artikel 137d (verbod tot het in het openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld tegen leden van groepen) en artikelen 131 en 132 (opruien tot geweld en tot het plegen van strafbare feiten).De vrijheid van meningsuiting geldt ook op het internet. Maar ook hier kan dit recht worden beperkt als een mening aanzet tot bijvoorbeeld discriminatie en geweld.

Beperken vrijheid van meningsuiting door Twitter

Dat de vrijheid van meningsuiting op het internet kan worden beperkt is niet nieuw. Eerder oordeelde de rechtbank Amsterdam dat Facebook pagina’s offline mag halen die in strijd zijn met haar eigen COVID-19 beleid. Het ging in die zaak om de verwijdering van Facebook posts van o.a. Viruswaarheid. De rechtbank overwoog als volgt:

‘Het recht op vrijheid van meningsuiting gaat blijkens rechtspraak van het EHRM in ieder geval niet zo ver dat een private partij kan worden verplicht een andere private partij toe te staan zijn mening te ventileren met gebruikmaking van eigendommen van de eerste partij.[1]Het recht van een ieder op vrijheid van meningsuiting impliceert dus niet tevens een recht op het forum van zijn of haar keuze.’[2]

De verwijdering van Trump van het platform van Twitter is dus niets nieuws en lijkt in het licht van deze uitspraak rechtmatig. Twitter voorzag de impact van de tweets van Trump en vond het noodzakelijk en proportioneel om hem van het platform te verwijderen om verdere chaos in het land te voorkomen. Hoewel er in de maatschappij meer ruimte bestaat voor de vrijheid van meningsuiting betreffende een publiek figuur, hoeft Twitter (net als Facebook in de zaak van rechtbank Amsterdam) niet te dulden dat Trump zijn extreme opvattingen ventileert op haar platform.

Conclusie

Het is interessant dat platforms zoals Twitter steeds verdergaande beslissingen kunnen nemen die het recht op vrijheid van meningsuiting inperken. In dit geval zijn de argumenten van Twitter voor de permanente schorsing naar mijn mening legitiem. De grote Tech-bedrijven lijken zich echter steeds meer te bemoeien met de publieke belangen. Rest de vraag in hoeverre dit wenselijk is.

[1] r.o. 4.19.

[2] r.o. 4.20.