• Eline Cremers

Smells like Kurt’s spirit

Vorige maand kwam ´Nirvana´ op de 27ste sterfdag van Kurt Cobain met het nieuwe liedje: Drowned in the sun. Muziekliefhebbers zullen hun wenkbrauwen fronsen bij het lezen van deze eerste zin, want Nirvana bestaat sinds 1994 niet meer. Met de dood van zanger Kurt Cobain kwam ook een einde aan deze legendarische grungeband. Het was dan ook niet Nirvana zelf die dit nummer uitbracht, maar de Canadese organisatie Over the Bridge. Deze organisatie heeft met Magenta, een programma van Google waarbij met behulp van Artificiële Intelligentie (hierna: AI) kunst kan worden gemaakt, een nummer gecomponeerd dat de stijl van Nirvana zo dicht mogelijk probeert te benaderen. Om dit voor elkaar te krijgen heeft Magenta 20 tot 30 nummers van de band geanalyseerd. Het doel dat de organisatie hiermee nastreeft is om middels het project ‘the lost tapes of the 27 Club’ aandacht te vragen voor psychische problemen waar veel artiesten mee kampen. Hoewel Nirvana-fans, die nog altijd treuren om het te vroege einde van de band, de actie niet allemaal kunnen waarderen, is het nieuwe nummer wel interessant vanuit auteursrechtelijk oogpunt. Hoe zit het eigenlijk met de auteursrechten op een dergelijk, door AI geproduceerd, nummer?


Het auteursrecht

Onder het auteursrecht moet een object als werk van letterkunde, wetenschap of kunst kunnen worden aangemerkt om auteursrechtelijk beschermd te zijn. Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Dit betekent dat alleen degene die een werk heeft gemaakt dit mag gebruiken, tenzij de maker iemand anders toestemming heeft gegeven voor het gebruik van het werk of wanneer er sprake is van een uitzondering die een inbreuk op het auteursrecht rechtvaardigt. Aan het auteursrecht liggen 2 belangrijke achterliggende gedachten ten grondslag, namelijk de incentive-theorie en de reward-theorie.


Incentive-theorie

Vanuit de incentive-theorie bezien, beoogt het auteursrecht investeringen in de creatie en verspreiding van cultureel materiaal aan te moedigen. De verlengde periode van marktexclusiviteit stelt de auteur in staat om zijn tijd, moeite en vooral het geld dat hij in het maken van het werk heeft gestopt, terug te verdienen. De auteursrechtelijke bescherming geldt namelijk tot 70 jaar na de dood van de auteur. Het auteursrecht moedigt de maker dus aan om daadwerkelijk over te gaan tot creatie en verspreiding.


Reward-theorie

Naast de incentive-theorie bestaat ook de natuurrechtelijke, op rechtvaardigheid gebaseerde, reward-theorie. Zonder een maker zou het werk niet bestaan. Het werk draagt de persoonlijke stempel van de maker en de maker heeft tijd en moeite gestoken in de creatie van het werk. Het zou dan ook redelijk en billijk zijn om hem voor die inspanningen te belonen.


Door deze twee theorieën als uitgangspunt te nemen, kan worden bepaald of het wenselijk is om producties die door AI tot stand zijn gekomen, auteursrechtelijk te beschermen.


Auteursrechten en AI

Naast de eisen die de wet noemt om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, moet ook zijn voldaan aan de door de rechter ontwikkelde werktoets. Deze toets bestaat uit twee aanvullende vereisten waaraan een werk moet voldoen, wil het auteursrechtelijk beschermd zijn. Allereerst moet een werk beschikken over een eigen oorspronkelijk karakter. Dit betekent dat de vorm van het werk niet mag zijn ontleend aan die van een ander werk. Het tweede vereiste is dat het werk een persoonlijk stempel van de maker moet bevatten. Dit houdt in dat de vorm van het werk het resultaat moet zijn van de menselijke geest. De maker moet dus creatieve keuzes maken om het werk tot stand te brengen.


Hoe zit het nu met de auteursrechten bij het nummer ´Drowned in the sun´? Kunnen de auteursrechten bij het AI-systeem Magenta (de “robot”) of bij de organisatie Over the Bridge liggen? Als er vanuit de incentive-theorie wordt gekeken naar de toekenning van auteursrechten aan een AI-systeem, dan dient de bescherming geen doel. Het systeem is namelijk niet degene die bepaalt of het werk wordt gemaakt of dat het werk wordt verspreid. Het is de gebruiker die dit doet. Het is natuurlijk wel het systeem dat hier ‘creatief’ aan de slag gaat, maar omdat een AI-systeem geen bewustzijn heeft, merkt het hier niets van. Als stimulans om creatief materiaal tot stand te brengen is het auteursrecht, voor zover het gaat om de robot, dus weinig zinvol.


Ook vanuit de reward-theorie bekeken lijkt de toekenning van auteursrechten aan Magenta niet geoorloofd. Het AI-systeem maakt weliswaar creatieve keuzes, maar het is niet zo dat een AI-systeem erkenning voelt zodra het als beloning voor zijn creatieve inspanningen auteursrechten krijgt. Bovendien heeft het AI-systeem geen persoonlijkheid. De keuzes die het systeem maakt zijn niet gebaseerd op persoonlijke opvattingen, maar slechts op de informatie waarmee het systeem wordt gevoed. Dit houdt in dat de keuzes van het systeem puur mechanisch van aard zijn. De reward-theorie gaat ervan uit dat het werk een verlengstuk is van de persoonlijkheid van de maker. Nu het AI-systeem niet over enige persoonlijkheid beschikt, is toekenning van auteursrechten op basis van de reward-theorie niet gewenst.


Nu is het natuurlijk wel zo dat Artificiële Intelligentie altijd moet worden bediend door een bepaalde persoon of organisatie, de zogenoemde gebruiker. In het geval van het ‘Nirvana’ nummer was het de organisatie Over the Bridge die van het programma gebruikmaakte. Als vanuit de incentive-theorie wordt geredeneerd, lijkt het toekennen van auteursrechten aan de organisatie wel te kunnen worden verdedigd. Het doel van het auteursrecht is enerzijds creatie stimuleren en anderzijds het aanmoedigen van de verspreiding van werken. Betoogd kan worden dat de organisatie hiervoor zorgt. Zij geeft Magenta namelijk de opdracht het liedje te maken, om op die manier aandacht voor een maatschappelijk probleem te vragen. Zodra het liedje is gemaakt, is het ook aan Over the Bridge om te bepalen of het werk wel of niet met het grote publiek gedeeld gaat worden. Dit is precies wat het auteursrecht probeert te bewerkstelligen, als we de incentive-theorie volgen. Een kanttekening hierbij is wel dat het bij deze theorie ook gaat om het terugverdienen van investeringen. De rol van een gebruiker is veel minder omvattend dan de rol van een gewone kunstenaar. De organisatie heeft waarschijnlijk slechts op een paar knoppen gedrukt om het systeem te starten en wat nummers van de artiest toegevoegd, terwijl een gewone kunstenaar veel meer tijd en moeite heeft gestopt in het maken van zijn werk. Enkel het brainstormen over wat hij wil maken, kost al meer tijd. Deze investeringen hoeft een gebruiker van een systeem niet te doen, het AI-systeem doet namelijk al het werk. Overigens is de aanschaf van een AI-systeem (lees: een robot) vaak niet goedkoop. Als een gebruiker niets met de werken zou doen, waarom zou hij dan zo’n dure robot aanschaffen? Het moet voor hem ook mogelijk zijn om deze kosten terug te verdienen, zodat het mogelijk wordt om de werken aan het publiek te tonen. Door auteursrechten aan de gebruiker toe te kennen zou deze investering kunnen worden terugverdiend. In dit geval gaat het echter om een programma van Google, waardoor de investeringen waarschijnlijk niet in verhouding staan tot wanneer daadwerkelijk een robot aangeschaft zou moeten worden. Desalniettemin zou op basis van de incentive-theorie het toekennen van auteursrechten aan de gebruiker, in dit geval de organisatie Over the Bridge, een mogelijkheid kunnen zijn.


Bekijken we de gebruiker van een AI-systeem zoals Magenta echter vanuit de reward-theorie, dan is het verschaffen van auteursrechten juist weer heel onlogisch. Er zijn geen creatieve inspanningen die moeten worden beloond, omdat de gebruiker vrijwel niets anders doet dan op een knop drukken om het systeem te starten. Zowel van tijd en moeite als van een persoonlijk stempel dat op het werk wordt gedrukt, is nauwelijks sprake. Uiteraard blijft het een enigszins subjectieve afweging, maar het lijkt toch niet erg redelijk om de gebruiker in dit geval te belonen met de ruime bescherming die het auteursrecht biedt.


Als er al sprake is van een mogelijke toekenning van auteursrechten bij een met behulp van AI geproduceerd nummer, dan zou de gebruiker hier nog het eerste voor in aanmerking komen. Met name als je het doel van het auteursrecht vanuit de incentive-theorie beschouwt. Het is echter de vraag of gebruikers van programma´s als Magenta daadwerkelijk op auteursrechten kunnen rekenen. In het geval van de organisatie Over the Bridge is het niet duidelijk of zij daadwerkelijk een financiële investering heeft gedaan. Magenta is namelijk een AI-programma van Google. Mogelijk zijn er wel kosten gemaakt voor het gebruik van dit programma, maar dat er daadwerkelijk een robot moest worden aangeschaft ligt niet voor de hand. Daarnaast zijn voor het tot stand komen van ‘Drowned in the sun’ 20 tot 30 originele Nirvana nummers gebruikt. Het nieuwe nummer is dus ontleend aan deze nummers, waardoor het ook de vraag is of het nieuwe nummer aan de werktoets voldoet. Er zijn dus zeker nog onzekere factoren waarvan de eventuele auteursrechtelijke bescherming van de gebruiker afhangt. Daarmee is de belangrijkste vraag echter nog niet beantwoord. Hoe moet het muzikale oordeel luiden over deze bijzondere grunge-creatie? Na het luisteren van het nummer ‘Drowned in the Sun’ zal ik eerlijk zijn: wat betreft muziek ben ik toch een beetje ouderwets. Ik geef nog altijd de voorkeur aan het opzetten van een klassieke Nirvana-plaat boven de AI variant. Zoals de organisatie Over the Bridge zelf al zegt: AI kan nooit het echte werk vervangen.