• Zeger van Ingen

Rechter: iDEAL geeft webwinkel een sterkere positie bij betalingen door een derde

Als je iets online bestelt, gebruik je dan altijd je eigen klantaccount en bankrekening? Dik kans dat het antwoord nee is. We weten allemaal hoe vervelend het is om bij elke website een klantaccount aan te moeten maken en er ook nog het wachtwoord van te onthouden. Waarschijnlijk gebruik je daarom weleens een klantaccount van een vriend, familielid of partner. Handig als die persoon al is ingelogd. Maar voor webwinkels kan dat voor problemen zorgen. Het is voor hen van cruciaal belang om de vele betalingen die dagelijks worden ontvangen aan de verschillende facturen te kunnen toekennen. Verschilt de naam van de rekeninghouder van de naam in de gebruikte klantaccount, dan kan je er als webwinkel niet zonder meer van uitgaan dat het ontvangen bedrag bedoeld is om een bepaalde schuld te voldoen. Er kan immers sprake zijn van een vergissing, een typfout of zelfs fraude. Dit is met name van belang omdat het soms mogelijk is voor de klant om het betaalde bedrag als onverschuldigd betaald terug te vorderen. Artikel 6:203 Burgerlijk Wetboek (BW) voorziet in die mogelijkheid. Lid 1 van dit artikel luidt:


Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, is gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen.


De webwinkel kan hier tegenin brengen dat hij dacht dat de betaler de schuld voor een derde beoogde te voldoen in de zin van artikel 6:30 BW. Dat artikel luidt:


Een verbintenis kan door een ander dan de schuldenaar worden nagekomen, tenzij haar inhoud of strekking zich daartegen verzet.


De webwinkel moet dan aantonen dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had dat te denken op grond van artikel 3:35 BW. Dat artikel luidt:


Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.


Als de webwinkel zich met succes kan beroepen op artikel 3:35 BW, dan is er een rechtsgrond voor de betaling, namelijk het voldoen van de schuld van een derde. Een beroep op artikel 6:203 BW is daardoor niet langer mogelijk.


Voor de beoordeling of er gerechtvaardigd vertrouwd is, zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Daarbij wordt meegewogen of de betalingen corresponderen met het openstaande factuurbedrag en dat bij de betalingen bedrijfs-, klant- en factuurnummers vermeld zijn. In een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 26 juli 2019, zaaknummer 7413296, had een rekeninghouder onbedoeld zijn bankgegevens aan een derde gegeven. Vervolgens zijn er meerdere aankopen gedaan met die bankrekening via iDEAL. De rekeninghouder wilde zijn geld terug op grond van onverschuldigde betaling, maar de webwinkel beriep zich op gerechtvaardigd vertrouwen en kreeg gelijk. Wat er nieuw is in deze uitspraak, is dat naast de bekende bedrijfs-, klant- en factuurnummers de op de bank gerichte beveiligde betaalomgeving iDEAL als factor in de beoordeling genoemd wordt. Is een betaling gedaan in zo'n soort omgeving, dan is dat een extra grond om aan te nemen dat er gerechtvaardigd vertrouwen bestond aan de kant van de webwinkel.


Run je dus een webwinkel en wil je je beschermen tegen dit soort vorderingen? Dan is het raadzaam om altijd van zo'n soort beveiligde, op de bank gerichte betaalomgeving gebruik te maken. Neem je daarbij ook bedrijfs-, klant- en factuurnummers als verplichte velden op in de betaalomgeving van de website, dan ben je optimaal beschermd.


#onverschuldigde betaling #gerechtvaardigd vertrouwen #iDEAL