• Sharin Agu

Met camera’s de anderhalvemetersamenleving in de gaten te houden, mag dat wel?


In de zoektocht naar oplossingen voor problemen zoals verkeersopstoppingen, luchtkwaliteit en criminaliteit zoekt de overheid steeds vaker haar heil in nieuwe technologieën. Wanneer van deze technologieën gebruik wordt gemaakt, worden vaak persoonsgegevens van burgers verwerkt. Als gevolg hiervan staan, in deze context, belangen zoals volksgezondheid en veiligheid lijnrecht tegenover het recht van burgers op privacy en gegevensbescherming. Ook in de strijd tegen het coronavirus is dit niet anders. Een bekend voorbeeld is de CoronaMelder-app die sinds kort wordt ingezet voor corona bestrijding.[1] Ook gemeenten maken graag gebruik van technische snufjes voor de bestrijding van corona. In Rotterdam bleek dat Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, in het belang van de veiligheid nog wel eens de randen van de privacyregelgeving wil opzoeken. Want “wat heb je aan privacy als jij je onveilig voelt?” aldus Wethouder Rotterdam Wijbenga (handhaving).[2] In de gemeente Rotterdam kwamen Aboutaleb en Wijbenga al snel met een oplossing voor de handhaving van de anderhalvemetersamenleving, namelijk een camerawagen.

Een surveillancewagen die de Rotterdammers op straat in de gaten houdt

Vanaf april dit jaar maakte de gemeente Rotterdam gebruik van een mobiele camerawagen: een auto die met behulp van camera’s controleerde of burgers de anderhalvemeterregel opvolgden. De wagen maakte constant beelden van de mensen op straat. De boa’s in de camerawagen mochten niet uitstappen om burgers aan te spreken. In plaats daarvan werden de gemaakte beelden doorgestuurd naar de meldkamer van stadstoezicht. Daar werden de beelden live bekeken. Wanneer een overtreding werd geconstateerd, werden boa’s, die zich ergens anders in de stad bevonden, naar de locatie van overtreding gestuurd. De camerabeelden werden een week bewaard.[3]

Nadat de gemeenteraad en de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) aan Aboutaleb en Wijbenga kritische vragen hadden gesteld over de camerawagens, bleek dat wel erg onverschillig met de privacyrechten van burgers was omgegaan. Volgens de AP mogen gemeenten slechts camera’s in de openbare ruimte inzetten als ze aan kunnen tonen dat dit noodzakelijk is en geen minder ingrijpende middelen bestaan. Hier was onvoldoende over nagedacht. Aboutaleb en Wijbenga hadden namelijk nagelaten een Data Protection Impact Assessment (DPIA) te doen.[4] Dit is een, onder de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) verplichte, privacybeoordeling die moet worden gemaakt indien een nieuw project gepaard gaat met een hoog risico voor persoonsgegevens.[5] Volgens gemeenteraadslid Nadia Arsieni bleek achteraf uit de DPIA dat de inzet van de camerawagens disproportioneel was en dus niet op deze manier had gekund.[6] Volgens Arsieni had een handhaver in de camerawagen ook gewoonweg zelf mensen kunnen aanspreken. “Hoeveel Rotterdammers moet je filmen voordat je er één tegenkomt die zich niet aan de regels houdt?”, zegt ze. De camerawagens zijn daarom intussen van de straat gehaald. Rotterdam was niet de enige stad die door middel van camera’s in de gaten hield of zijn burgers zich aan de coronamaatregelen hielden.[7]

Inzet van camera’s hoeft niet buitenproportioneel te zijn

In maart van dit jaar besloot ook Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, tot de instelling van mobiel cameratoezicht. Halsema lijkt zij echter zorgvuldiger om te gaan met de privacy van burgers. Mobiele camera’s werden ingezet op het Piet Mondriaanplein, het Henrick de Keijserplein en de Oetgensstraat. Op 10 april 2020 werd besloten hier het Zaandammerplein aan toe te voegen. In het besluit schreef ze dat de aangewezen locaties erg druk waren en sprake was van ongewenste groepsvorming door jongeren. Bovendien waren al minder ingrijpende maatregelen genomen. De gemeente had bijvoorbeeld reeds handhaving en politie gericht ingezet. Verder waren fysieke maatregelen genomen zoals de plaatsing van borden en het afsluiten van voetbalkooien. In een belangenafweging tussen het recht op privacy van de burgers en het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde, stelde zij dat het laatste belang zwaarder woog. Tot slot gold het besluit tot en met 1 juni 2020. Het toezicht kon zo nodig worden verlengd, maar hier is geen gebruik van gemaakt.[8]

Tegenwoordig is elke burger potentieel verdacht

Volgens Marc Schuilenburg, criminoloog en docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, past het voorbeeld van de camerawagen in een al langer lopende trend waarin steeds meer technologie steeds sneller wordt ingezet om de veiligheid op een bepaalde manier te bewaken. Met name grote steden zetten zichzelf als ‘slimme steden’ of ‘smart cities’ neer. Een slimme stad maakt in toenemende mate gebruik van data en algoritmes om allerlei publieke vraagstukken op te lossen zoals criminaliteit of de handhaving van de openbare orde. Het gevaar dat hier op de loer ligt is dat, zoals het voorbeeld van de camerawagens in Rotterdam goed schetst, al snel sprake is van ongerichte surveillance van grote groepen onverdachte burgers. Daarmee wordt de onschuldpresumptie, je bent onschuldig tenzij het tegendeel bewezen is, overboord gegooid.[9] Want, zegt Schuilenburg: “waar de burger vroeger werd verondersteld onschuldig te zijn, is nu iedereen een potentiële verdachte geworden”[10]. Gelukkig laat het voorbeeld van de proportionele inzet van mobiele camera’s in Amsterdam niettemin zien dat het ook anders kan: Alleen wanneer het écht nodig blijkt dient gebruik te worden gemaakt van maatregelen die de privacy van burgers inperken.


[1] ‘Voorkom verspreiding, download CoronaMelder’, coronamelder.nl (online, geraadpleegd 18 november 2020).

[2] ‘Nieuwsuur’, NOS-NTR 9 november 2020 (hierna: Nieuwsuur).

[3] Nieuwsuur.

[4] A. de Jonge, ‘Raad informeren over camerawagens ‘was goed geweest’’, binnenlandsbestuur.nl 21 mei 2020.

[5] B. Wolford, ‘Data Protection Impact Assessment (DPIA)’, gdpr.eu (online, geraadpleegd 18 november 2020).

[6] Nieuwsuur.

[7]] A. de Jonge, ‘Raad informeren over camerawagens ‘was goed geweest’’, binnenlandsbestuur.nl 21 mei 2020.

[8] ‘Bekendmakingen cameratoezicht’, amsterdam.nl (online, geraadpleegd 18 november 2020).

[9] R. Plasterk, ‘Overheidssurveillance, waar trekken we de grens?’, bitsoffreedom.nl 10 maart 2017.

[10] Nieuwsuur.