• Enrico de Jong

Hoe GIs de ontwikkeling van Afrikaanse landbouwregio’s kunnen stimuleren

Wat hebben Arganolie, Scotch, Parmaham en Rooibosthee met elkaar gemeen? De producten worden allemaal beschermd door een Geographical Indication (GI). Door de GI mogen producten alleen deze namen dragen als ze in een specifieke regio zijn geproduceerd en kwaliteiten bezitten die aan die oorsprong te danken zijn. Maar liefst 7% van de omzet uit de Europese voedselsector komt voort uit GIs.

Op dit moment zijn veel Afrikaanse landen nog niet aangesloten bij verdragen die zulke rechten in het leven roepen. De Afrikaanse Continentale Vrijhandelszone die sinds 1 januari 2021 in werking is getreden, biedt de mogelijkheid om nieuwe afspraken hierover te maken. De introductie van GIs kan een stimulans geven aan de ontwikkeling van de landbouwregio’s in de Afrikaanse landen. In deze blog wordt verder uitgelegd hoe producten met een GI deze positieve invloed kunnen uitoefenen.

Wat is een GI?

Het concept achter een GI is bekend voor de consument die liever Roquefort koopt dan een blauwe kaas en Darjeeling verkiest boven zwarte thee. Een GI wordt gebruikt om producten met een specifieke geografische oorsprong te onderscheiden van producten die hierop lijken of dreigen mee te liften. Op deze manier wordt voorkomen dat de reputatie van een product wordt aangetast.

Consumenten associëren de herkomst van de producten vaak met bepaalde kwaliteiten en kenmerken. Deze kwaliteiten zijn gerelateerd aan natuurlijke factoren (zoals bodem, klimaat en water) en menselijke factoren (zoals lokale cultuur, expertise en traditie). Het biedt lokale bedrijven de mogelijkheid om de waarde van hun unieke product te benutten. De bescherming van een oorsprongsbenaming is een van de oudste intellectuele eigendomsrechten. Al in de vijfde eeuw voor Christus was wijn afkomstig van het eiland Chios, een beschermd luxe goed in het klassieke Griekenland.

De keizer der kazen

Roquefort is een van de producten die door een GI wordt beschermd. Sinds 1925 mag deze blauwschimmelkaas alleen zijn naam dragen als het afkomstig is uit de buurt van het Franse Roquefort. Het is een belangrijk onderdeel van de identiteit van de regio.

De Roquefort kaas, te herkennen aan zijn onderscheidende aroma en blauwe aderen, wordt gemaakt van rauwe schapenmelk van het Lacaune-ras. De schapen eten alleen gras uit de streek. Naar traditie wordt de kaas gerijpt in natuurlijke grotten bij het dorpje van Roquefort-Sur-Soulzon. Door het klimaat van de regio is er gedurende het hele jaar sprake van een constante temperatuur en luchtvochtigheid. Al deze factoren leiden tot de unieke eigenschappen die de Roquefort zo geliefd maakt. Door de GI worden de kwaliteit en de productiewijze van het product gewaarborgd.

De invloed van een GI op een regio

Producten met een GI kunnen de ontwikkeling van de gebieden waar ze vandaan komen stimuleren. Met de stroom aan inkomsten die de producten genereren, stijgen de lonen en groeit de werkgelegenheid. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de producenten maar het creëert ook andere banen, bijvoorbeeld voor handelaars en exporteurs. De producten fungeren ook als een uithangbord waarmee toerisme wordt aangetrokken. Bovendien maakt het de lokale bevolking trots op haar cultuur. Een GI heeft daarmee een positieve invloed op een regio in zijn geheel.

Op dit moment loopt een groot deel van de Afrikaanse landen deze kansen mis. Zelfs Nigeria en Ethiopië, landen met een enorme landbouwsector, zijn geen partij bij verdragen die bescherming bieden voor de geografische herkomst van producten. Zonder de extra stimulans van een GI lopen traditionele producten gevaar om te verdwijnen. Het is daarom belangrijk dat door middel van de Afrikaanse Continentale Vrijhandelszone, nieuwe regels worden ingevoerd zodat ook Afrikaanse gebieden optimaal kunnen profiteren van hun unieke producten.