• Tess Mulder

Het vastleggen van een slachtoffer: moreel te verantwoorden of moet dit strafbaar worden gesteld?

Afgelopen dinsdag werd Peter R. de Vries neergeschoten op klaarlichte dag in het centrum van Amsterdam. Het nieuws werd overspoeld met verschillende berichten, waaronder fake news en foto’s en filmpjes van de aanslag verschenen online. Dit gebeurde met zo’n snelheid dat de politie en de burgemeester met spoed verzochten om deze beelden niet te verspreiden. Helaas ging dit ondanks deze oproep alsnog door. Toch zet het mensen aan het denken. Wat kan in het vervolg gedaan worden om deze verspreiding te voorkomen en te stoppen? Zou dit strafbaar gesteld moeten worden? Hoe zit het met de privacy van de desbetreffende persoon, en weegt de vrijheid van meningsuiting echt zwaarder dan de waardigheid van het slachtoffer? In deze blog bespreek ik de stand van zaken rondom het delen van filmpjes en foto’s van schokkende en privacy inbreuk makende beelden van slachtoffers.


Leemte in de wet

Tot nu toe is het fotograferen of filmen van een slachtoffers niet strafbaar in Nederland. Alhoewel we het er bijna allemaal over eens dat dit niet door de beugel kan, is dit nog niet in de wet geregeld. Eerder kwam deze discussie al ter sprake nadat verkeersslachtoffers werden gefilmd. Na dit incident in 2018, streden politieke partijen voor een verbod op het filmen en fotograferen van slachtoffers van een verkeersongeluk. Voor zover ik weet, is dit verbod helaas nog niet opgenomen in de wet. In Duitsland gelden hier inmiddels wel regels over. Zo is bijvoorbeeld het vastleggen, of een poging hiertoe, van een auto-ongeluk met een camera strafbaar gesteld. De mate van de straf hangt wel af van de acties die zijn genomen om het slachtoffer te helpen, en of de hulpdiensten werden verhinderd. Naar mijn mening is dat niet meer dan redelijk. Het niet helpen, of zelfs verhinderen van mensen die wel willen helpen, puur om een filmpje of foto te maken, is natuurlijk belachelijk. Wat is de reden dat dit nog niet strafbaar is gesteld? De vrijheid van meningsuiting is de voornaamste oorzaak hiervan. Dit is immers een grondrecht en belangrijk voor onze democratie, maar zou dit zwaarder moeten wegen dan de privacy van het slachtoffer? Laten we deze twee rechten eens tegenover elkaar zetten.


Privacy versus vrijheid van meningsuiting

Wanneer een filmpje of foto gemaakt wordt waar andere mensen opstaan, kan dit inbreuk maken op hun privacy. Op het moment dat deze mensen herkend worden, kan deze gezichtsherkenning beschouwd worden als persoonsgegevens. In gevallen van persoonsgegevens komt de privacywetgeving om de hoek kijken. Het OM laat na de aanslag op Peter R. de Vries weten dat het filmen van een misdrijf niet strafbaar is. Het kan echter wel onrechtmatig zijn. Er is namelijk geen toestemming gevraagd, want wie zou hier nou toestemming voor geven? Maar toch blijft dit een vereiste voor het maken en het publiceren van beelden van herkenbare personen. In theorie zou Peter R. de Vries, of zijn familie, de maker van dit filmpje dus kunnen aanklagen. Bovendien geldt een speciaal portretrecht voor bekende personen, waarvoor aan een aantal vereisten voldaan moet worden. Hiermee kan een persoon zich verzetten tegen de publicatie van zijn of haar portret, indien hij of zij een redelijk belang heeft. En nu denken jullie misschien, wat is dan een redelijk belang? Hier is helaas niet één lijn in te trekken en hangt af van de situatie. Hier moet de rechter een belangenafweging maken en beslissen per geval.


Tegenover de rechten van het slachtoffer staat de vrijheid van meningsuiting. Het filmen en fotograferen in een openbare ruimte, wat bij Peter R. de Vries het geval was, valt onder de vrijheid van informatiegaring. Dit wordt ook wel de vrijheid van meningsuiting genoemd en wordt in Nederland gezien als een belangrijk recht. In de grondwet staat zelfs dat de overheid in beginsel niet mag controleren wat iemand wel en niet mag zeggen. Hieronder valt ook de uitingsvrijheid op social media. Het probleem is dat deze wetten ontworpen zijn op een offline wereld. De vraag die hieruit rijst is: of hier iets aan veranderd zou moeten worden?


Hoe nu verder?

Gelukkig kunnen social media platformen helpen bij het tegengaan van de verspreiding van dit soort beeldmateriaal. Google, Youtube en Twitter lieten al weten dat ze veel filmpjes en foto’s van de schokkende beelden van Peter R. de Vries offline hebben gehaald. Hoeveel incidenten moeten nog plaatsvinden totdat hier verandering in gaat komen? Het gebruik van sociale media wordt er in ieder geval niet minder op. Naar mijn mening zou het recht hierop moeten anticiperen, en meer stappen moeten ondernemen om slachtoffers te beschermen. Het idee is er, de volgende stap is om het daadwerkelijk uit te voeren.