• Julia Siskina

Het recht om vergeten te worden in Google zoekresultaten: ook voor moordenaar?

Bijgewerkt: mrt 2

Iedereen heeft weleens de naam van zijn docent, die ene aparte collega of de naam van zichzelf gegoogled. Zelden volgen hier spraakmakende resultaten uit, of je moet de Poolse grungeband van je techniekleraar meetellen. Toch zijn er genoeg redenen te bedenken waarom je niet zou willen dat bepaalde informatie over jou door iedereen opgezocht kan worden. Dat is ook de reden waarom Google de mogelijkheid biedt bepaalde gevoelige informatie te verwijderen (of beter gezegd: informatie die niet in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is verwerkt). Via een online formulier kun je een verzoek tot verwijdering van URL’s in de zoekresultaten van Google indienen. Deze mogelijkheid volgt uit het recht op “vergetelheid”, ook wel het “recht om vergeten te worden”, zoals neergelegd in artikel 17 van de AVG. In deze blog zal ik ingaan op een recente zaak, waarin de rechtbank zich heeft uitgesproken over een verzoek tot verwijdering van zoekresultaten op Google.


Het recht om vergeten te worden

Artikel 17 AVG biedt de mogelijkheid om gegevens te laten verwijderen en kan worden ingeroepen als:

  • de gegevens niet langer nodig zijn;

  • de toestemming voor het gebruik van de gegevens is ingetrokken;

  • er bezwaar is gemaakt tegen het gebruik van de gegevens;

  • de verwerking onrechtmatig is;

  • de wettelijk bepaalde bewaartermijn is verlopen;

  • gegevens worden verzameld van kinderen.


Lid 3 van het artikel bepaalt dat bovenstaande niet van toepassing is voor zover verwerking nodig is voor:

  • het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie;

  • het nakomen van een in het Unierecht of lidstatelijke recht neergelegde wettelijke vewerkingsverplichting, of voor het vervullen van een taak van algemeen belang of het uitoefenen van openbaar gezag door de verwerkingsverantwoordelijke;

  • archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89 lid 1 AVG.


Het Europees Hof van Justitie besliste recent dat Google, bij een passend verzoek tot verwijdering van gegevens, de gegevens niet wereldwijd hoeft te verwijderen, maar zich tot de Europese sites mag beperken. Het recht om vergeten te worden geldt dus enkel binnen de (digitale) grenzen van de EU. Met een kleine sidenote: autoriteiten van de Europese lidstaten kunnen Google nog altijd verplichten om het óók op de internationale versies van Google te verwijderen, indien bij de afweging tussen het belang van privacy en de vrijheid van informatie de privacy voorop staat.


Het recht op privacy vs. het recht op informatie

Die belangenafweging speelde ook een rol in de zaak tussen de moordenaar van Jesse Dingemans en Google. De moordenaar is de verzoeker in dit geval, die is veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en zeven maanden met oplegging van tbs voor het doden van de 8-jarige scholier. Deze moord leidde tot een golf van verontwaardiging in het hele land en kreeg veel media aandacht. Bij het zoeken naar de naam van de moordenaar in zijn geheel of verkort naar voornaam en eerste letter van zijn achternaam, verschijnen in de zoekresultaten van Google verwijzingen naar zijn strafrechtelijke veroordelingen. Daarnaast verschijnen zoekresultaten die verband houden met de achterliggende omstandigheden van het delict.


Verzoeker wil dat Google deze URL’s verwijdert en heeft zich met dit verzoek tot de rechter gewend. Hij heeft aan zijn verzoek artikel 10 AVG ten grondslag gelegd. Hierin wordt bepaald dat strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten krachtens artikel 6 lid 1 AVG alleen mogen worden verwerkt onder toezicht van de overheid. Verzoeker stelt dan ook dat de verwerking van zijn persoonsgegevens door Google verboden is op grond van bovengenoemd artikel. Daarbij stelt verzoeker dat hij ernstige hinder ondervindt van de zoekresultaten: het wordt hem onmogelijk gemaakt een baan te vinden en te resocialiseren.


De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat de dood van de 8-jarige jongen de Nederlandse samenleving diep heeft geschokt. Deze gebeurtenis is onderdeel geworden van onze collectieve herinnering en verleden. De publiciteit en het gebruik van de volledige naam van verzoeker door de media is een gevolg van zijn eigen handelen.


Ten aanzien van de stelling van verzoeker dat hij ernstige hinder ondervindt van de zoekresultaten heeft de rechtbank geoordeeld dat hij in zijn stelplicht is tekort geschoten. De exacte ernst, aard en omvang van de gestelde hinder en daarmee de aard en omvang van zijn belang heeft hij onvoldoende onderbouwd.


Voorts stelt de rechtbank dat in de regel bij de belangenafweging in het kader van artikel 6 sub f AVG en artikel 17 respectievelijk 21 AVG het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens voorrang heeft op het recht van vrijheid van informatie en vrije meningsuiting. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat gezien het gebrek aan onderbouwing van de gestelde ernstige hinder die verzoeker zegt te ervaren, een rechtvaardiging bestaat voor een inbreuk op voornoemde rechten van verzoeker.

Naar haar oordeel bestaat op dit moment nog een significant publiek belang bij informatie over het strafbare feit, de veroordelingen en de achterliggende omstandigheden die wordt verkregen als zoekresultaat op de naam van verzoeker. Daarnaast bestaat op dit moment nog een zwaarwegend belang van het publiek om de betreffende informatie over verzoeker te kunnen blijven vinden. Onder dit publieke belang valt ook het zwaarwegende belang van auteurs van de betreffende informatie, dat hun informatie kan worden gevonden. Zo ook voor de pers die verslag heeft gedaan en commentaar heeft gegeven op de gerechtelijke procedures en de uitkomsten daarvan.


Het oordeel van de rechtbank luidt dat er sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 17 lid 3 sub a AVG, waarbij het recht om vergeten te worden niet van toepassing is omdat de verwerking door Google nodig is voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie.


De rechtbank sluit niet uit dat het voornoemde publieke belang in de toekomst minder zwaarwegend zal worden, zodat toewijzing van een verzoek tot verwijdering van de gewraakte URL’s meer in de rede zal komen te liggen. Deze zaak wordt dus nog vervolgd, is mijn verwachting. Daarnaast verwacht ik dat in de toekomst op veel grotere schaal een beroep gedaan zal worden op het recht om vergeten te worden. De levens van de huidige TikTok-generatie wordt al op zeer jonge leeftijd verweven met het internet; een groot deel van de sociale interacties speelt zich online af. De mogelijke gevolgen hiervan zullen we waarschijnlijk later terugzien in de rechtszaal.