• Sara van Lieshout

Braindrain op het gebied van AI: genoeg reden tot zorg?

Artificial Intelligence (AI) krijgt thans veel aandacht, maar volgens velen is dit bij lange na niet genoeg. China is hard op weg naar wereldleiderschap in het onderzoek naar AI en eenmaal opgeleid, besluiten veel Europese AI-specialisten over te stappen naar het Amerikaanse bedrijfsleven. AI: wat is het? Wat kan het? En moeten we ons zorgen maken?


De Computer beslist

De razendsnelle ontwikkeling en samenkomst van technologische innovaties leiden ertoe dat onze samenleving meer en meer gedigitaliseerd raakt. Artificial intelligence (of ook wel ‘kunstmatige intelligentie’), is hier met haar algoritme-gedreven technologie een voorbeeld van en zorgt ervoor dat intelligentie niet langer is voorbehouden aan de mens. Overigens kan met AI tevens worden gedoeld op de wetenschap AI, die zich bezighoudt met het creëren van een artefact (kunstmatig verschijnsel) dat een vorm van intelligentie vertoont.

Bij AI-toepassingen valt onder meer te denken aan bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s en gezichtsherkenning, maar ook zorgrobots en autonome wapensystemen zoals drones. Deze lijst is allesbehalve uitputtend en behelst in feite alle apparaten die reageren op data of impulsen uit hun omgeving, en op basis daarvan zelfstandig complexe beslissingen kunnen nemen. Aangezien apparaten geen ‘bewustzijn’ hebben, kunnen ze enkel patronen herkennen en algoritmes volgen. Op die manier kunnen apparaten als het ware leren van hun fouten, en in dit verband wordt ook wel gesproken van ‘machine learning’. Deze systemen bootsen intelligentie dus na, zonder menselijke begeleiding of controle.


Koude oorlog van de 21e eeuw?

De Universiteit van Amsterdam ontving dit jaar maar liefst zevenhonderd aanmeldingen voor haar masteropleiding AI. Omdat de universiteit kampt met een tekort aan mensen om al deze studenten te begeleiden, konden hiervan slechts tweehonderd worden geplaatst. Wetenschappers spreken van een braindrain op het gebied van AI.


De vrees voor zo’n braindrain beperkt zich niet alleen tot nationaal niveau. Zo bleek ook uit de eerder deze maand gehouden Digitale top van Baden-Württemberg, waar AI als een rode draad door het programma liep. In Stuttgart werden hier zo’n tweeduizend gasten toegesproken door Cédric Villani, een vooraanstaande vertegenwoordiger van de ‘Europese AI-scene’ en tevens winnaar van de Fields Medal (die vaak wordt aangeduid als Nobelprijs voor de Wiskunde). “Industriereuzen investeren monsterbedragen in onderzoekers.” Hij beschrijft dit als "beangstigend" en spreekt van de "Koude Oorlog van de 21e eeuw", waarin Europa "in de problemen kan komen". Wetende dat van alle investeringen in AI wereldwijd slechts tien procent in Europa terechtkomt, een begrijpelijk standpunt.


Uit vrees om nog verder achterop te raken ten opzichte van China en de VS, bundelden Europese topwetenschappers vorig jaar hun krachten. Dit leidde tot het ontstaan van ELLIS, een netwerk van onderzoekers in machine learning. Niet veel later volgde een samenwerkingsverband van AI-instituten (Claire). ELLIS publiceerde eerder deze maand een aantal aanbevelingen. Teneinde een netwerk van goed geoutilleerde instituten te bewerkstelligen die bestand zijn tegen rijke en agressieve concurrenten uit Noord-Amerika en het Verre Oosten, is een gezamenlijke politieke inspanning vereist.


Ook multinationals luiden de noodklok

Europese multinationals lijkt eenzelfde mening toebeschoren. Zo’n 55 multinational magnaten van de invloedrijke Europese Ronde Tafel van Industriëlen (ERT) sloegen deze week hun handen ineen om het op te nemen voor de ‘Europese zaak’.


Nimmer leek de Brusselse bedrijvenlobby zo overtuigd. “Onze Unie als een sterk, open en concurrerend Europa, wordt immers bedreigd door zowel China als de Verenigde Staten.” Zo meent Svanberg, voorzitter van de ERT. Waar Trump de importtarieven gestaag laat stijgen, schuwt Peking in haar streven naar economische hegemonie geen enkel middel. “Wil Europa niet worden weggespeeld, dan dient zij ook duidelijk te kiezen voor kunstmatige intelligentie en de digitale revolutie.” Als eerste stap eist de ERT dan ook versoepeling van de fusieregels. Door Europese digitale- en telecombedrijven sneller toe te staan om te fuseren tot techreuzen, kan de strijd met Chinese en Amerikaanse concurrenten ten slotte beter worden aangegaan.


Nederlandse status quo..

Het is niet zo dat in Nederland niets aan AI wordt gedaan. Integendeel, de Nederlandse universiteiten waren er begin jaren negentig als de kippen bij en ook ons onderzoek is van hoog niveau. Universitair opleiden is echter niet genoeg. Er zou meer aandacht moeten gaan naar zowel het omscholen als AI in het voortgezet onderwijs. Iets wat in China wél gebeurt. Voorts blijft ook het aantrekken van voldoende interessante bedrijven van groot belang. Per slot van rekening willen we voorkomen dat onze goed opgeleide AI-specialisten hun heil moeten zoeken in China of Silicon Valley.


In dit kader zagen initiatieven als het Nederlandse Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI) het levenslicht. Er is een belangrijke rol weggelegd voor het bedrijfsleven, de overheid en kennisinstellingen. Het ICAI richt zich dan ook op hun gezamenlijke ontwikkeling van AI-technologie en talent. Toch zijn we er nog lang niet en zal AI vooralsnog en voorlopig hoog op de agenda moeten blijven staan.