• Sara van Lieshout

Big Data en de houdbaarheid van uurtje-factuurtje als verdienmodel

Met wereldwijd de hoogste advocatendichtheid per vierkante meter, doet de Claude Debussylaan menig jurist niet enkel aan een Franse componist denken. Advocatenkantoren hebben hier altijd goed geboerd. Begrijpelijk, gegeven het feit dat ondernemingen gemiddeld genomen zo’n 0,4% van hun omzet aan legal spenderen. Het tij lijkt echter te keren. Bedrijfsjuristen zijn kundiger en grote ondernemingen analyseren hun legal spending met behulp van Big Data.


Bedrijfsjurist concurreert harder met externe advocatenkantoren

Globalisering en digitalisering veranderen de rol van ouderwetse bedrijfsjuristen. Overgewaaid uit Amerika, staat er tegenwoordig ‘general counsel’ op hun naambordje en zijn hun werkzaamheden een stuk dynamischer dan voorheen. Legal departments beschikken over kennis op het gebied van kosten, strategie en bedrijfsprocessen. Dit alles, rekening houdende met de commerciële doeleinden van hun bedrijf.


Het mes snijdt hierbij aan twee kanten. Enerzijds zorgt deze opmars ervoor dat steeds meer werk van advocatenkantoren naar bedrijfsjuristen vloeit. Anderzijds hebben veel general counsels een eigen budget, waardoor zij iedere euro moeten verantwoorden. Voorts betekent dit dat er hogere eisen worden gesteld aan het werk dat wel wordt uitbesteed aan externe kantoren.


Big Data gooit verdienmodel op de schop

In zijn boek Data & Dialogue bespreekt ‘oud-Zuidasser’ en strategie consultant Jaap Bosman de opkomst van big data in de juridische dienstverlening. Grote ondernemingen als Shell en Microsoft zijn op dit moment namelijk bezig met het ontwikkelen van een database ten aanzien van hun legal spending. Teneinde voor bedrijven inzichtelijk te maken wat advocatenkantoren precies bijdragen en hoe lang zij over hun werk doen, wordt deze Big Data vervolgens geanalyseerd.


Volgens Bosman vraagt dit om een ander verdienmodel. Advocaten dienen te worden betaald naar rato van hun toegevoegde waarde, niet enkel op basis van de uren die ze schrijven. Het proces van juridische dienstverlening draait in dit door Bosman geschetste scenario om ‘creatie’ en ‘productie’. Binnen de creatie dient te worden gezocht naar creatieve oplossingen en is de advocaat als individu onvervangbaar. De productie wordt daarentegen door zijn team verricht en draait in principe slechts om het produceren van papier.


Legal tech en omdenken

Het is juist deze productiefase, waar legal tech uitkomst kan bieden. Toepassingen als blockchain en artificial intelligence zouden tenslotte een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het stroomlijnen en versnellen van processen die thans met de hand gebeuren. Veel kantoren maken hier al gebruik van, zoals e-discoverysoftware die het routinematig uitpluizen van bonnetjes en declaraties ondervangt.


In geval van complexe problemen zouden toepassingen van legal tech dus meer ruimte kunnen laten aan het bedenken van briljante oplossingen. Niet alleen komt de focus dan minder op doeners te liggen, maar ook zou dit een betere afspiegeling van de aangeleverde diensten ten opzichte van de door cliënten te betalen prijs kunnen opleveren. Hoewel deze omvorming cruciaal lijkt, zullen we in de toekomst een beroep op ons vermogen tot omdenken moeten doen. Op dit moment is per slot van rekening zelfs de partnermeting gebaseerd op het aantal uren. Daarbij draaien kantoren welbeschouwd vooralsnog voor het overgrote deel op doeners.