• Eline Cremers

één Unie, één octrooi

Theo Tempels, weinig mensen zullen zijn naam kennen, maar des te meer is zijn uitvinding bekend: de inkeping in een beschuitje. In 1999 heeft hij een octrooiaanvraag gedaan en vervolgens heeft hij ook het octrooi gekregen op de inkeping. Inmiddels is het octrooirecht al drie jaar vervallen. Een aantal jaar geleden hadden de drie grote Nederlandse beschuitfabrikanten ieder een proces aangespannen om het octrooi nietig te laten verklaren. Een argument dat een van deze fabrikanten naar voren bracht, was dat de uitvinding niet innovatief zou zijn. Dit verweer slaagde niet en het octrooi bleef in stand.


Bovenstaande uitvinding is een voorbeeld van een octrooirecht waarover discussie bestond en welke bij de rechtbank is uitgevochten. In dit geval betrof het een nationaal octrooirecht. Het is echter ook mogelijk om voor Europese landen een octrooi aan te vragen en binnenkort is het hoogstwaarschijnlijk mogelijk om rechtszaken over deze octrooien bij één Europese rechter te voeren. Hierdoor is het niet meer nodig om parallelle procedures in de verschillende aangesloten landen te voeren. In 2013 hebben de EU-lidstaten namelijk het Verdrag tot oprichting van een Europees octrooigerecht (Unified Patent Court, hierna: UPC) ondertekend.


Op 18 januari jl. heeft Oostenrijk het Protocol over de voorlopige toepassing van de UPC-overeenkomst officieel goedgekeurd, wat een belangrijke stap is voor de oprichting van het UPC en de invoering van een unitair octrooi.


Octrooirecht

Een octrooi is een beschermingsrecht op een technische uitvinding en geeft maximaal twintig jaar bescherming. Uit artikel 2 Rijksoctrooiwet (NL) en art. 52 Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag) volgt dat (Europese) ‘octrooien worden verleend voor uitvindingen, op alle gebieden van de technologie, mits zij nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn’.


Voorwaarden octrooi

Een octrooieerbare uitvinding is een technische uitvinding op alle gebieden van technologie, die tevens toepasbaar is op de nijverheid. De uitvinding is nieuw wanneer deze geen onderdeel uitmaakt van ‘de stand van de techniek’. Dat wil zeggen dat een uitvinding niet reeds openbaar toegankelijk mag zijn. Een document uit de stand van de techniek is alleen nieuwheidsschadelijk als de gehele uitvinding daarin wordt geopenbaard. Als peildatum geldt het moment van indiening of de prioriteitsdatum.


Naast het nieuwheidsvereiste moet er ook een inventieve stap uit het octrooi blijken. Dit wordt bepaald door de (gemiddelde) vakman. Dit is een fictief persoon en het vereiste houdt in dat de uitvinding voor deze vakman niet voor de hand mag liggen. Ten slotte bestaat het vereiste van nawerkbaarheid. Dit wordt ook wel het nijverheidsvereiste genoemd. Voordat een octrooi kan worden verkregen, moet het octrooi worden opgeschreven in een schriftelijk stuk op een zodanige wijze dat het nagemaakt kan worden.


Europese aanvraagprocedure

Er zijn verschillende routes voor het aanvragen van een octrooi. Met de Europese aanvraagprocedure ontstaat er een octrooi voor alle lidstaten van het Europees octrooiverdrag waarvoor bescherming is aangevraagd. Dit betreft een bundel van nationale octrooien. Hiermee wordt precies dezelfde bescherming geboden als de nationale bescherming.


Unitair octrooi

Uiteindelijk zal straks, zodra het unitair octrooi is ingevoerd, door middel van één octrooi bescherming kunnen worden genoten in zo ongeveer de gehele Europese Unie, op Spanje, Polen en Kroatië na. Niet langer is dan een bundel van (nationale) octrooien noodzakelijk, zoals nu nog wel het geval is. Gerechtelijke procedures over de toekomstige unitaire octrooien zullen gecentraliseerd plaatsvinden, bij het UPC. Er zal een overgangstermijn van zeven jaar worden gehanteerd.

Gedurende die termijn kan voor geschillen over klassieke Europese octrooien een keuze worden gemaakt tussen de nationale octrooirechter en het UPC. De uitspraken die het UPC doet over inbreuk op of vernietiging van Europese of unitaire octrooien zullen gelding hebben in vrijwel alle EU/lidstaten.


Zowel als het gaat om nietigheids- en inbreukzaken met betrekking tot klassieke Europese bundeloctrooien, als voor nietigheids- en inbreukzaken met betrekking tot unitaire octrooien, wordt het UPC straks bevoegd. Deze bevoegdheid strekt zich ook uit tot al bestaande Europese bundeloctrooien. Derden die een centrale aanval willen inzetten op Europese octrooien zullen derhalve in de toekomst de keuze hebben tussen oppositie bij het Europees Octrooibureau en een centrale nietigheidsactie bij het UPC. Overigens is het ook mogelijk om voor beide procedures naast elkaar te kiezen. Over octrooien die nationaal verleend zijn, blijven de procedures gewoon bij de nationale octrooirechter gevoerd worden.


Ook Duitsland is van plan de UPC-overeenkomst te ratificeren, als de voorbereidende handelingen eenmaal in voldoende mate zijn gevorderd. Deze overeenkomst zal dan in werking treden op de eerste dag van de vierde maand nadat de akte van ratificatie is gedeponeerd. Op het moment dat de UPC-overeenkomst in werking treedt, naar verwachting is dat in de tweede helft van dit jaar, zal het UPC ook haar deuren openen. Het unitair octrooi zal dan ook aangevraagd kunnen worden. Mijns inziens is dit een goede zaak, omdat een unitair octrooi voordeliger is als iemand in veel landen een octrooi wil aanvragen. Ten slotte zal de procedure naar mijn verwachting sneller en efficiënter verlopen. Hoewel de EU soms patent lijkt te hebben op regels en instrumenten die vooral complicerend werken, zorgt zij in dit geval wel degelijk voor een vereenvoudiging.